ECLI:NL:PHR:2013:BZ5362

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/04382
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 339 lid 2 RvArt. 402 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding cassatietermijn in kort geding

In deze zaak heeft Stichting Berregratte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem. Dit arrest betrof een gedeeltelijke vernietiging van een vonnis van de voorzieningenrechter in een kort geding, waarbij onder meer de werking van voorzieningen werd beëindigd en een dwangsomsanctie aan een maximum werd gebonden.

De cassatieprocedure werd gestart met een dagvaarding die op 7 augustus 2012 werd betekend. Tegen de wederpartij werd verstek verleend. Volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen, namelijk artikel 402 lid 2 in Pro verbinding met artikel 339 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bedraagt de cassatietermijn in kort geding acht weken na de uitspraak in appel.

De cassatietermijn liep af op 3 juli 2012, hetgeen betekent dat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Op grond hiervan concludeert de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tot niet-ontvankelijkverklaring van Stichting Berregratte in haar cassatieberoep.

De Hoge Raad neemt deze conclusie over, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard en de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting Berregratte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.

Conclusie

12/04382
Mr. F.F. Langemeijer
8 februari 2013
Conclusie inzake:
Stichting Berregratte
tegen
[Verweerder]
1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Het onderhavige kort geding is de Hoge Raad bekend uit HR 20 mei 2011 (LJN: BP6591), NJ 2011/240. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling. Bij arrest van 8 mei 2012 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter van 27 september 2007 gedeeltelijk vernietigd, bepaald dat de in eerste aanleg getroffen voorzieningen geen werking meer hebben na 31 december 2007 en de dwangsomsanctie aan een maximum gebonden.
2. Bij dagvaarding, betekend op 7 augustus 2012, heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerder] is in cassatie verstek verleend.
3. Op grond van art. 402 lid 2 in Pro verbinding met art. 339 lid 2 Rv Pro bedraagt de termijn voor een cassatieberoep tegen een uitspraak in appel in kort geding acht weken. De cassatietermijn verstreek op 3 juli 2012. Hieruit volgt dat het cassatieberoep te laat is ingesteld.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Stichting in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.