ECLI:NL:PHR:2013:BZ5362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding cassatietermijn in kort geding
In deze zaak heeft Stichting Berregratte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem. Dit arrest betrof een gedeeltelijke vernietiging van een vonnis van de voorzieningenrechter in een kort geding, waarbij onder meer de werking van voorzieningen werd beëindigd en een dwangsomsanctie aan een maximum werd gebonden.
De cassatieprocedure werd gestart met een dagvaarding die op 7 augustus 2012 werd betekend. Tegen de wederpartij werd verstek verleend. Volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen, namelijk artikel 402 lid 2 in Pro verbinding met artikel 339 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bedraagt de cassatietermijn in kort geding acht weken na de uitspraak in appel.
De cassatietermijn liep af op 3 juli 2012, hetgeen betekent dat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Op grond hiervan concludeert de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad tot niet-ontvankelijkverklaring van Stichting Berregratte in haar cassatieberoep.
De Hoge Raad neemt deze conclusie over, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard en de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting Berregratte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.