ECLI:NL:PHR:2013:BZ6524
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende gronden na medeplegen poging tot doodslag
Het beroep in cassatie van verdachte richt zich tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 februari 2012. Diverse klachten worden aangevoerd, waaronder schending van het ne bis in idem-beginsel, onjuiste bewijswaardering omtrent medeplegen van poging tot doodslag, en onvoldoende motivering van de straf.
De klacht over het ne bis in idem-beginsel wordt verworpen omdat het hof heeft geoordeeld dat sprake is van eendaadse samenloop, waardoor slechts de zwaarste strafbepaling wordt toegepast conform artikel 55 lid 1 Sr Pro. De klacht dat medeplegen niet uit het bewijs volgt wordt eveneens verworpen; het hof heeft gemotiveerd vastgesteld dat verdachte samen met mededaders heeft geslagen, geduwd, geschopt en getrapt, wat een bewuste en nauwe samenwerking impliceert.
De klacht over onvoldoende motivering van de straf wordt afgewezen vanwege de ruime beoordelingsvrijheid van de feitenrechter bij straftoemeting. Gezien deze overwegingen leidt geen van de klachten tot een gegrond cassatieberoep.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende gronden.