ECLI:NL:PHR:2013:BZ7152
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overschrijding gedoogbeleid bij vijf grote hennepplanten
In deze zaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie (OM) ontvankelijk was in de vervolging van verdachte wegens het telen van vijf hennepplanten in zijn tuin. Het hof had geoordeeld dat het OM ontvankelijk was omdat de opbrengst van de planten de geringe hoeveelheid voor eigen gebruik ruimschoots overstijgt, waardoor het gedoogbeleid niet van toepassing zou zijn. De verdediging stelde dat het aantal planten bepalend is en dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad herhaalde dat de Aanwijzing Opiumwet en de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet softdrugs als beleidsregels gelden die het OM binden. Deze regels bepalen dat bij vijf of minder planten in beginsel sprake is van niet-bedrijfsmatige teelt en politiesepot volgt, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Het hof had echter onvoldoende gemotiveerd waarom de opbrengst van de planten de geringe hoeveelheid voor eigen gebruik zou overstijgen en had een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd door alleen naar de opbrengst te kijken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de vervolging. De zaak is om doelmatigheidsredenen door de Hoge Raad zelf afgedaan. Hiermee wordt bevestigd dat het gedoogbeleid ook bij vijf planten geldt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die het tegendeel aannemelijk maken.
Uitkomst: Het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste toepassing van het gedoogbeleid bij vijf grote hennepplanten.