ECLI:NL:HR:2011:BO4015
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid OM bij teelt van niet meer dan vijf hennepplanten met politiesepot
Op 9 oktober 2006 trof de politie in de tuin van de verdachte vijf hennepplanten aan, waarvan één al was geknipt. Tevens werd een hoeveelheid hennepproducten van ongeveer 2180 gram in beslag genomen. De verdachte werd vervolgd voor het telen en aanwezig hebben van deze hennepplanten en -producten.
Het hof stelde vast dat de hennepproducten afkomstig waren van de vijf hennepplanten en dat de verdachte en medeverdachten direct afstand hadden gedaan van het plantenmateriaal. Volgens het gedoogbeleid, vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet, wordt niet-bedrijfsmatige teelt van maximaal vijf planten met een politiesepot afgedaan, mits tijdig afstand wordt gedaan van het materiaal.
De advocaat-generaal voerde aan dat het bezit van de hennepproducten boven de gedooggrens lag en dat daarom vervolging gerechtvaardigd was. Het hof oordeelde echter dat het gedoogbeleid ook betrekking heeft op het bezit van de van die planten afkomstige hennepproducten, zodat vervolging niet passend was.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de Aanwijzing Opiumwet als recht in de zin van artikel 79 RO Pro moet worden beschouwd, bindend is voor het Openbaar Ministerie en dat het hof terecht het OM niet-ontvankelijk heeft verklaard. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden.
Hierdoor werd het beroep van het Openbaar Ministerie verworpen en bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens teelt van niet meer dan vijf hennepplanten met politiesepot.