ECLI:NL:PHR:2013:BZ7389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid van art. 6 BBA bij opzegging arbeidsovereenkomst met in buitenland gedetacheerde werknemer
De zaak betreft de vraag of art. 6 van Pro het Besluit Beheer Arbeidsverhoudingen (BBA) van toepassing is op de opzegging van een door Nederlands recht beheerde arbeidsovereenkomst van een werknemer die sinds 1996 door zijn Nederlandse werkgever is uitgezonden naar Roemenië. De werknemer woonde en werkte daar en wenste niet terug te keren naar Nederland.
De kantonrechter oordeelde dat het BBA van toepassing was en verklaarde het ontslag nietig wegens het ontbreken van toestemming van het UWV. Het hof Arnhem vernietigde dit oordeel en stelde dat het BBA niet van toepassing was, omdat de sociaal-economische belangen van de Nederlandse arbeidsmarkt bij het ontslag niet betrokken waren. De Hoge Raad bevestigt dat de toepasselijkheid van art. 6 BBA Pro afhangt van de mate van betrokkenheid van de Nederlandse arbeidsmarkt, waarbij het onderscheidcriterium centraal staat: als de situatie van de werknemer zich voldoende onderscheidt van werknemers werkzaam in Nederland, is het BBA niet van toepassing.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het ontslag van de werknemer die in Roemenië bleef wonen en werken, niet onder de bescherming van art. 6 BBA Pro valt. De beoordeling van de betrokkenheid van de Nederlandse arbeidsmarkt is een waardering van feitelijke aard die in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het ontslag is rechtsgeldig zonder toepassing van art. 6 BBA.