ECLI:NL:HR:2012:BU8512
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Toepassing BBA bij opzegging arbeidsovereenkomst met buitenlandse werknemer in Nederland
In deze zaak stond de vraag centraal of het BBA van toepassing is op de opzegging van een arbeidsovereenkomst van een werknemer met de Amerikaanse nationaliteit, werkzaam in Nederland bij een Nederlandse werkgever. De arbeidsovereenkomst was onder Nederlands recht gesloten en de werknemer werkte in Amsterdam zonder concreet vooruitzicht op langdurige tewerkstelling in het buitenland.
Nuon had de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder toestemming als bedoeld in artikel 6 BBA Pro, omdat zij meende dat het BBA niet van toepassing was. De werknemer stelde echter dat de opzegging vernietigbaar was op grond van het BBA. Zowel de kantonrechter als het hof gaven de werknemer gelijk en vernietigden de opzegging. Nuon stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigde dat het BBA nog steeds ter bescherming van de sociaal-economische verhoudingen in Nederland strekt, waarbij de bescherming tegen sociaal ongerechtvaardigd ontslag voor de werknemer centraal staat. De Hoge Raad oordeelde dat de gewijzigde opvatting over het doel en de functie van het BBA betekent dat de bescherming ook geldt voor werknemers zoals de verweerder, die in Nederland werken zonder uitzicht op langdurige tewerkstelling in het buitenland. De omstandigheden dat de werknemer na ontslag zou terugkeren naar de Verenigde Staten en dat zijn afdeling een internationaal karakter had, waren onvoldoende om de toepasselijkheid van het BBA te ontkennen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Nuon en bevestigde daarmee de bescherming van de werknemer tegen sociaal ongerechtvaardigd ontslag op grond van het BBA in deze situatie.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat het BBA van toepassing is en wijst het cassatieberoep van Nuon af.