ECLI:NL:PHR:2013:BZ7867
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking van teruggaaf dividendbelasting aan Zwitsers pensioenfonds wegens ontbreken verificatiemogelijkheden
De zaak betreft een Zwitsers pensioenfonds dat dividendbelasting heeft betaald over beleggingsdividenden uit Nederland in de jaren 2005-2007 en teruggaaf daarvan heeft gevraagd. De belanghebbende baseert haar verzoek op art. 10 Wet Pro Divb in samenhang met art. 56 EG Pro-Verdrag (vrijheid van kapitaalverkeer). De Inspecteur wees het verzoek af wegens ontbreken van verificatiemogelijkheden bij de Zwitserse fiscale autoriteiten.
De Rechtbank oordeelde dat het ontbreken van controlemogelijkheden een rechtvaardiging vormt voor de beperking van het vrije kapitaalverkeer en wees het beroep af. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en verleende teruggaaf, stellende dat de belanghebbende uiteindelijk gerechtigd was en dat het EU-recht het teruggaafrecht niet in de weg stond.
De Staatssecretaris stelde cassatie in en voerde aan dat het Hof een onjuist uitgangspunt hanteerde en dat het ontbreken van een administratief bijstandskader met Zwitserland een proportionele rechtvaardiging is voor weigering van teruggaaf. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het Hof het geschil ontwijkt en dat het HvJ EU-rechtspraak inzake derdelandenverhoudingen (onder meer Rimbaud) rechtvaardigt dat Nederland teruggaaf kan weigeren als verificatie bij de derde staat niet mogelijk is, ongeacht het door de belanghebbende overgelegde bewijs. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het hofarrest, wijst het beroep af en bevestigt dat het ontbreken van een uitwisselingsverplichting met Zwitserland een rechtvaardiging vormt voor de beperking van het vrije kapitaalverkeer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de teruggaaf van dividendbelasting aan het Zwitserse pensioenfonds wordt geweigerd wegens ontbreken van administratieve bijstand door Zwitserse autoriteiten.