ECLI:NL:PHR:2013:BZ8170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ouders jeugdige tot betaling schadevergoeding aan benadeelde partij
De zaak betreft een jeugdige verdachte die door het gerechtshof is veroordeeld voor meerdere delicten, waaronder medeplegen van verkrachting en geweldpleging. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, welke door het hof werd toegewezen aan de ouders van de jeugdige, op grond van artikel 51g, vierde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv).
De Hoge Raad oordeelt dat deze bepaling geen wijziging brengt in de civielrechtelijke aansprakelijkheid van ouders, maar slachtoffers wel de mogelijkheid biedt hun vordering in het strafproces tegen de ouders te richten indien het kind jonger is dan 14 jaar. Dit is een procesrechtelijke regeling en geen wijziging van het materiële strafrecht, zodat toepassing op de jeugdige verdachte niet in strijd is met het legaliteitsbeginsel of artikel 7 EVRM Pro.
De Hoge Raad verwerpt het middel dat de toepassing van artikel 51g, vierde lid, Sv onrechtmatig zou zijn, maar acht het middel dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden gegrond. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafmaat betreft en vermindert de straf naar de gebruikelijke maatstaf. De rest van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De ouders van de jeugdige worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en de straf van de jeugdige wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.