ECLI:NL:PHR:2013:BZ8173
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake uitlevering aan Suriname wegens miskenning vaste rechtspraak
De rechtbank Amsterdam verklaarde op 2 oktober 2012 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Suriname toelaatbaar. De verdediging voerde in cassatie aan dat de uitlevering onterecht was vanwege mogelijke vervolging in Nederland en een dreigende schending van het EVRM door slechte detentieomstandigheden in Suriname.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van vervolging in Nederland, mede gelet op verklaringen van de officier van justitie en het ontbreken van concrete aanwijzingen. Tevens verwierp de rechtbank het verweer dat uitlevering zou leiden tot een schending van de artikelen 3 en 5 EVRM, omdat geen sprake was van een voltooide of dreigende flagrante schending en omdat in Suriname rechtsmiddelen beschikbaar zijn om voorlopige hechtenis te toetsen.
De Hoge Raad stelt vast dat de aangevoerde middelen voorbijgaan aan de vaste rechtspraak omtrent de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de Minister van Veiligheid en Justitie. Gezien deze miskenning en het ontbreken van voldoende onderbouwing, rechtvaardigen de klachten geen behandeling in cassatie. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de uitlevering blijft toegestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitlevering aan Suriname blijft toegestaan.