ECLI:NL:PHR:2013:BZ9147
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens ontstaan nieuwe frauduleuze schulden
De schuldsaneringsregeling van verzoeker tot cassatie werd door de rechtbank beëindigd zonder verlening van een schone lei, omdat hij tijdens de regeling nieuwe schulden had laten ontstaan ter hoogte van €16.039,06, waaronder een frauduleuze schuld aan het UWV van €11.822,26. Verzoeker had inkomsten uit arbeid naast zijn uitkering ontvangen zonder dit tijdig te melden, hetgeen hem ernstig werd aangerekend.
Het hof bekrachtigde dit vonnis en oordeelde dat de schuld aan het UWV terecht als nieuwe schuld en fraudeschuld was aangemerkt, ook zonder strafrechtelijke veroordeling. De door verzoeker aangevoerde rechtvaardigingsgrond dat hij de uitkering liet doorlopen om een oude straatschuld af te lossen en zo zijn familie te beschermen, werd niet onderbouwd en niet aannemelijk geacht. Tevens had hij de bewindvoerder en politie niet geïnformeerd.
Verzoeker stelde dat het hof onjuiste oordelen had gegeven, maar de Hoge Raad vond dat het hof geen onjuiste of onbegrijpelijke overwegingen had gemaakt. Het cassatieberoep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.
De zaak betreft de toepassing van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) en benadrukt de ernst van het ontstaan van nieuwe schulden tijdens de regeling, vooral frauduleuze schulden, en de gevolgen daarvan voor het behoud van de regeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei blijft in stand.