ECLI:NL:PHR:2013:BZ9941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over toepassing en bewijs grooming-artikel 248e Sr en schadevergoeding
De zaak betreft cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor grooming, strafbaar gesteld in artikel 248e Sr, en tot schadevergoeding aan benadeelde partijen. Het hof had vastgesteld dat verdachte via internetcontacten met minderjarige meisjes ontmoetingen had voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen, waarbij hij concrete voorbereidingen trof.
De Hoge Raad behandelt meerdere middelen, waaronder de verhouding tussen artikel 248e Sr en artikel 23 van Pro het Verdrag van Lanzarote, de bewijsvoering, de strafoplegging en de toewijzing van schadevergoedingen. De Raad oordeelt dat het wetsartikel verder gaat dan het verdragsartikel en dat de bewezenverklaarde handelingen voldoende concreet zijn om strafbaarheid te rechtvaardigen.
Daarnaast wordt geoordeeld dat het hof terecht volstond met een opgave van bewijsmiddelen vanwege de bekentenis van verdachte, en dat het hof niet in strijd handelde met het recht door het onderzoek niet opnieuw aan te vangen na wijziging van de samenstelling. De klachten over de strafoplegging en de schadevergoeding worden eveneens verworpen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met de veroordeling en schadevergoedingen blijft in stand.