ECLI:NL:PHR:2013:BZ9959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling derdenbeslag op koopsom na inschrijving koopovereenkomst volgens art. 7:3 BW
In deze zaak kochten verweerders een woning waarvan de koopovereenkomst was ingeschreven in het kadaster volgens art. 7:3 BW Pro (Vormerkung). Na de inschrijving legde eiser derdenbeslag op de koopsom onder verweerders. De voorzieningenrechter hechtte voorwaarden aan het beslag en hief het deels op. Het hof bekrachtigde dit oordeel, stellende dat het beslag de nakoming van de koopovereenkomst feitelijk onmogelijk maakte en het belang van verweerders daarom moest prevaleren.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen deze opheffing. De Hoge Raad overwoog dat de Vormerking de koper beschermt tegen vervreemding of bezwaring van het registergoed, maar niet tegen derdenbeslag op de koopsom. De wetgever beoogt een balans tussen de belangen van koper en schuldeisers. Het beslag kan de uitvoering van de koop frustreren, maar schuldeisers moeten ook hun verhaal kunnen halen. Daarom kan opheffing van beslag gerechtvaardigd zijn als het beslag de levering in de weg staat.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat eiser geen belang had bij cassatie omdat de koopprijs inmiddels was voldaan en de koopovereenkomst was afgewikkeld. De uitspraak bevestigt de noodzaak van belangenafweging bij derdenbeslag na Vormerkung en de mogelijkheid tot opheffing van beslag onder voorwaarden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opheffing van het derdenbeslag op de koopsom blijft in stand.