ECLI:NL:PHR:2013:CA0434
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verschoningsrecht notaris bij doorzoeking en inbeslagneming
In deze zaak stond de vraag centraal of de inbeslagname van papieren dossiers en digitale bestanden op het notariskantoor van klaagster rechtmatig was, ondanks het verschoningsrecht van de notaris. De rechter-commissaris had op verzoek van het Openbaar Ministerie een doorzoeking en inbeslagneming verricht gericht op dossiers die verband hielden met verdachte transacties van een vastgoedhandelaar en financieel adviseur.
De rechtbank oordeelde dat redelijkerwijs geen twijfel kon bestaan dat de in beslag genomen dossiers en bestanden deel uitmaakten van strafbare feiten die aan de verdachte werden verweten en dat deze derhalve niet onder het verschoningsrecht vielen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het aan de verschoningsgerechtigde is om zich uit te laten over het verschoningsrecht, maar dat de rechter-commissaris het definitieve oordeel velt, eventueel in overleg met de voorzitter van de ring van notarissen.
Voorts werd geoordeeld dat de aanwezigheid van de voorzitter van de ring bij de selectie van digitale bestanden door de rechter-commissaris niet vereist is, hoewel het wel aan te bevelen is. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de doorzoeking, inbeslagneming en de wijze van vastlegging van digitale gegevens.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de inbeslagneming van dossiers en digitale bestanden wordt als rechtmatig bevestigd.