ECLI:NL:PHR:2013:CA0566
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid werkgever tot wijziging onvoorwaardelijke indexeringsregeling in pensioenreglementen
De zaak betreft de vraag of Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) bevoegd was om eenzijdig de onvoorwaardelijke indexeringsregeling van pensioenreglementen te wijzigen ten opzichte van oud-werknemers en gepensioneerden, vertegenwoordigd door Vereniging van Oud-medewerkers ECN & NRG (OMEN).
De pensioenreglementen van 1964, 1990 en 1999 bevatten onvoorwaardelijke indexeringsbepalingen, gefinancierd uit een apart indexatiedepot. ECN heeft in 2006 een wijziging doorgevoerd waarbij de indexeringsregeling voorwaardelijk werd gemaakt. OMEN stelde dat deze wijziging onrechtmatig was en dat de onvoorwaardelijke aanspraken gehandhaafd moesten blijven.
De lagere rechters oordeelden dat wijziging van onvoorwaardelijke indexeringen niet mogelijk was zonder zwaarwegend belang van ECN dat het belang van oud-werknemers naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zou moeten laten wijken. Het hof heeft echter ten onrechte het criterium van art. 19 PW Pro toegepast, terwijl onvoorwaardelijke indexeringen onder de reeds opgebouwde pensioenaanspraken vallen en alleen gewijzigd kunnen worden op grond van art. 6:248 BW Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat onvoorwaardelijke indexeringsrechten deel uitmaken van de opgebouwde pensioenaanspraken en niet eenzijdig gewijzigd kunnen worden op grond van art. 19 PW Pro. Wijziging is slechts mogelijk indien handhaving onaanvaardbaar is volgens art. 6:248 BW Pro, waarbij alle omstandigheden, waaronder financiële situatie en solidariteitsbeginsel, moeten worden betrokken. Het arrest vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak terug voor heroverweging met de juiste maatstaf.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en bepaalt dat onvoorwaardelijke indexeringsrechten niet eenzijdig gewijzigd kunnen worden behalve op grond van art. 6:248 BW.