ECLI:NL:PHR:2013:CA1523
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vergissing douane bij tariefindeling self inflatable matrassen
In deze zaak staat centraal of de douane zich heeft vergist bij de tariefindeling van zogenoemde self inflatable matrassen die door belanghebbende, een douane-expediteur, voor haar opdrachtgever zijn aangegeven voor het vrije verkeer. De matrassen werden in de meeste gevallen aangegeven onder een onjuiste tariefpostonderverdeling. Na een controle stelde de inspecteur dat de matrassen als kampeerartikelen hadden moeten worden ingedeeld, wat leidde tot twee uitnodigingen tot betaling (utb's).
De Rechtbank Haarlem oordeelde dat sprake was van een vergissing van de douane in de zin van artikel 220 lid 2 onder Pro b van het Communautair douanewetboek (CDW), en kende terugbetaling toe. Het Hof Amsterdam was het hier niet mee eens en vernietigde de uitspraak van de Rechtbank, waarbij het oordeelde dat de terugbetalingsbeschikking geen vergissing vormde die doorwerkte naar latere aangiften en dat een controle bij de importeur niet tot een vergissing voor de douane-expediteur kon leiden.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een te beperkte uitleg van het begrip vergissing hanteert en dat het ten onrechte heeft geoordeeld dat een vergissing tijdens een controle bij de importeur geen effect kan sorteren bij de douane-expediteur. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de terugbetalingsbeschikking uit 2002 wel degelijk een vergissing kan vormen die doorwerkt naar latere aangiften. Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen voor nadere beoordeling van de vraag of belanghebbende te goeder trouw was, de vergissing redelijkerwijs niet kon ontdekken en aan de voorschriften inzake douaneaangifte heeft voldaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatiemiddel gegrond en verwijst de zaak voor nadere beoordeling over de vergissing van de douane en de gevolgen daarvan.