ECLI:NL:PHR:2013:CA1565
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
EU-rechtelijke toetsing van discriminatie door Nederlandse dividendbelasting bij niet-inwoners
De belanghebbende, een inwoonster van België, ontving Nederlandse dividenden waarop Nederlandse dividendbelasting werd ingehouden. Het geschil betrof de vraag of deze bronheffing niet-inwoners discrimineert ten opzichte van ingezetenen, wat EU-rechtelijk ontoelaatbaar zou zijn. De belanghebbende stelde dat zij vergeleken moest worden met een ingezetene die geen inkomstenbelasting betaalt over het aandelenbezit en dus recht heeft op volledige teruggaaf van de dividendbelasting. De Staatssecretaris betoogde dat de dividendbelasting los van de inkomstenbelasting moest worden gezien en dat niet-inwoners en ingezetenen gelijk werden belast in de dividendbelasting.
Rechtbank en Hof oordeelden dat de totale Nederlandse heffing, bestaande uit dividendbelasting plus inkomstenbelasting, in aanmerking moet worden genomen. De belanghebbende werd ongunstiger behandeld dan een vergelijkbare binnenlandse belastingplichtige, waardoor sprake was van een belemmering van het vrije kapitaalverkeer. De Nederlandse dividendbelasting moest daarom worden gerestitueerd voor het bedrag van het nadeel (€ 527).
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in en voerde aan dat het Hof ten onrechte de inkomstenbelasting had betrokken bij de vergelijking en dat België de dubbele belasting feitelijk neutraliseerde door aftrek. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de gecombineerde belastingdruk bepalend is en dat Nederland de hogere belastingdruk niet mag laten voortduren, ook niet wanneer België slechts aftrek verleent in plaats van verrekening. Beide cassatieberoepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart beide cassatieberoepen ongegrond en bevestigt dat Nederland het verschil in belastingdruk van € 527 aan de belanghebbende moet teruggeven.