ECLI:NL:PHR:2013:CA3499
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak poging tot doodslag en wapenhandel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden voor poging tot doodslag en medeplegen van handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.
De raadsman van de verdachte verzocht tijdens de behandeling om schorsing van de zitting om een audio-opname van een politieverhoor van een getuige te beluisteren, vanwege vermeende tegenstrijdigheden in haar verklaringen. Dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat de getuige meerdere keren was gehoord en de verdediging haar op onderdelen indringend had bevraagd, terwijl de stelling dat het proces-verbaal onjuist was onvoldoende aannemelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek tot schorsing niet duidelijk was geformuleerd en dat de verdediging voldoende gelegenheid had gehad om de opname te beluisteren. Daarnaast werd vastgesteld dat de vermelding van pleitnotities in het proces-verbaal van de terechtzitting onjuist was, maar dat dit geen grond voor cassatie bood.
Ten aanzien van de bewijsconstructie oordeelde de Hoge Raad dat de bewijsmiddelen in samenhang met de bewijsoverweging van het hof begrijpelijk waren en dat tegenstrijdigheden in verklaringen niet tot onduidelijkheid leidden over de rol van de verdachte. Het cassatieberoep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest blijft in stand.