ECLI:NL:PHR:2013:CA3762
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing faillissementspauliana op zekerheidstelling voor nieuw krediet en onderzoeksplicht kredietverstrekker
De zaak betreft de vernietigbaarheid van een geldleningovereenkomst met zekerheidstelling op grond van de faillissementspauliana (art. 42 Fw Pro). De curator stelde dat Jaya B.V., als kredietverstrekker, wetenschap had van benadeling van schuldeisers bij het aangaan van de lening met zekerheidstelling door [betrokkene 1].
De Hoge Raad bevestigde dat het wettelijk vermoeden van wetenschap van benadeling uit art. 43 lid Pro 1, aanhef en onder 2°, Fw uitsluitend ziet op zekerheidstelling voor reeds bestaande niet opeisbare schulden en niet op zekerheidstelling voor nieuw verstrekt krediet. Dit volgt uit de tekst, wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waarbij het vermoeden een uitzonderingsbepaling is die niet ruim mag worden uitgelegd.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat Jaya als professionele kredietverstrekker in beginsel een onderzoeksplicht had, maar dat het hof terecht heeft geoordeeld dat Jaya de schuldenpositie van [betrokkene 1], waaronder belastingschulden, niet kende en ook niet had kunnen ontdekken met de van haar te vergen inspanningen. Het hof heeft de stellingen van de curator over het vermeende hennepteeltverleden van [betrokkene 1] en de daaraan verbonden onderzoeksplicht van Jaya niet onbegrijpelijk verworpen.
Ten slotte werd bevestigd dat het hof bevoegd was om de vordering van Jaya toe te wijzen voor zover deze betrekking had op de niet-vernietigbaarheid van de overeenkomst op grond van art. 47 Fw Pro, ook al was het debat vooral toegespitst op art. 42 Fw Pro. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de geldleningovereenkomst met zekerheidstelling niet vernietigbaar is op grond van de faillissementspauliana.