ECLI:NL:PHR:2013:CA3881
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsmethode en schadeloosstelling bij vervroegde onteigening met bodembestanddelen
Deze zaak betreft twee cassatieberoepen tegen het vonnis van de rechtbank Roermond waarin de schadeloosstelling is vastgesteld voor vervroegde onteigening van landbouwgrond in de gemeente Bergen (Limburg). De onteigening vond plaats ten behoeve van de aanleg van de Hoogwatergeul Well-Aijen en winning van zand en grind. De rechtbank stelde de waarde van de onteigende grond vast op een agrarische waarde van €4,50 per m2 plus een toeslag van €5,50 per m2 voor winbare bodembestanddelen, gebaseerd op een combinatie van de vergelijkingsmethode en de residuele methode.
De Staat voerde in cassatie aan dat de residuele methode onjuist was toegepast omdat exploitatiegegevens van het project waarvoor onteigend werd niet beschikbaar waren en dat uitsluitend de vergelijkingsmethode had moeten worden toegepast. Ook werd geklaagd over de toegepaste indexering, de waardering die hoger lag dan de hoogste vergelijkingsprijs, en de proceskostenveroordeling. Daarnaast werd bezwaar gemaakt tegen de vergoeding van een "premie uit handen breken" voor vervangende grond.
De Hoge Raad verwierp de meeste klachten. De Raad bevestigde dat de rechtbank vrij is in de keuze van waarderingsmethode en dat het gebruik van exploitatiegegevens van een ander vergelijkbaar project gerechtvaardigd is indien gegevens van het eigen project ontbreken. De combinatie van methoden werd als passend beoordeeld. De indexering en de waardering boven de hoogste vergelijkingsprijs werden eveneens aanvaard. Wel werd het oordeel over de premie uit handen breken onvoldoende gemotiveerd geacht en daarom vernietigd. De proceskostenveroordeling werd bevestigd in lijn met eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de waarderingsmethode en schadeloosstelling, vernietigt het oordeel over de premie uit handen breken en verwijst voor nadere motivering.