Conclusie
4.De middelen van de verdachte
tweede middelfaalt, nu het zich keert tegen een geenszins onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerde verwerping van een door de verdediging gevoerd betrouwbaarheidsverweer. Het
derde middelkeert zich tegen de strafmotivering en faalt eveneens. Het stond het Hof vrij om bij de strafoplegging met de eerdere veroordelingen “in niet relevante mate” rekening te houden. Het tweede en het derde middel kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. Dat betekent dat verdachte bij het
eerste middel, dat klaagt over overschrijding van de inzendtermijn, onvoldoende belang heeft.
5.Het middel van de Advocaat-Generaal
De inzet van [betrokkene 1] (A-1702)
2.De bevelen ex artikel 126i Wetboek van Strafvordering
De bevelen ex artikel 126i Wetboek van Strafvordering” – een uitvoerige uiteenzetting gegeven van de bevelen tot pseudokoop/dienstverlening die deels gelijktijdig met de bevelen tot stelselmatige informatie-inwinning van kracht zijn geweest en van de inzet van A -1702 daarbij. Kortheidshalve volsta ik met het weergeven van het oordeel waartoe het Hof komt.