Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep wegens het niet verschijnen ter terechtzitting. Verdachte was veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig.
Het hof verleende verstek omdat verdachte niet was opgekomen, terwijl het hof wist dat verdachte sinds december 2009 op een adres in Groningen stond ingeschreven. De dagvaarding was echter op 27 november 2009 aan de griffier uitgereikt omdat toen geen adres bekend was, en pas op 18 januari 2010 werd een afschrift van de dagvaarding naar het inmiddels bekende adres gestuurd, slechts twee dagen voor de zitting van 20 januari 2010.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte verstek verleende zonder de zaak aan te houden, omdat het recht van verdachte op aanwezigheid niet voldoende was gewaarborgd. De termijn tussen betekening en zitting was te kort om aan te nemen dat verdachte afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. De bestreden uitspraak wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onrechtmatige verstekverlening en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.