ECLI:NL:HR:2004:AO9097
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Nietigheid verstekbehandeling wegens niet-zenden dagvaarding na bekend worden nieuw adres verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte wegens medeplegen van opzetheling werd veroordeeld. De dagvaarding in hoger beroep was aanvankelijk rechtsgeldig betekend aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend was. Na betekening, maar vóór de terechtzitting, werd echter een nieuw GBA-adres van verdachte bekend, waar geen afschrift van de dagvaarding was gezonden.
Het Hof behandelde de zaak buiten aanwezigheid van verdachte en verleende verstek. De Hoge Raad oordeelt dat hoewel de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, het feit dat na betekening een nieuw adres bekend werd zonder dat de dagvaarding daarheen werd gezonden, betekent dat het onderzoek ter terechtzitting niet had mogen plaatsvinden zonder schorsing.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor hernieuwde behandeling. Dit arrest benadrukt het belang van het recht van verdachte op aanwezigheid bij de berechting en de noodzaak om dagvaardingen te zenden naar het laatst bekende adres indien dit na betekening bekend wordt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid van de verstekbehandeling en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling.