Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
beheervan zijn belangen uitoefende.” Volgens het middel volgt in elk geval uit de feiten dat [verzoeker] niet in Nederland woonde op het moment van de faillissementsaanvraag. Het oordeel dat het centrum van de voornaamste belangen van [verzoeker] zich op dat moment in Nederland bevond, is volgens het middel dan ook onbegrijpelijk, dit ook ‘gezien de motivering daarvan’. Evenmin is er, zo vermeldt het middel, “getoetst aan de beroepsactiviteiten.” Volgens het middel is het oordeel om deze en andere redenen onbegrijpelijk.