ECLI:NL:PHR:2014:1432

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2014
Publicatiedatum
21 augustus 2014
Zaaknummer
13/05740
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 134 lid 2 onder a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens gebrek aan belang

De Rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking van 5 november 2013 het klaagschrift van klager, strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen personenauto, ongegrond verklaard. Klager stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad onderzocht eerst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Uit informatie van het openbaar ministerie bleek dat de auto op 14 januari 2014 aan klager was teruggegeven, waarmee het beslag volgens artikel 134 lid 2 onder Pro a Sv was beëindigd. Hierdoor ontbrak klager het noodzakelijke belang bij het cassatieberoep.

Daarom besloot de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep. Het beroep werd niet inhoudelijk behandeld vanwege het ontbreken van belang.

Uitkomst: Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang na teruggave van de inbeslaggenomen auto.

Conclusie

Nr. 13/05740 B
Zitting: 3 juni 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[klager]
1. De Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 5 november 2013 het door klager ingediende klaagschrift ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. Namens klager heeft mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen, een middel van cassatie voorgesteld.
4.
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.1. Alvorens ik overga tot de bespreking van het middel, bespreek ik hier eerst de vraag of klager kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep.
4.2. De Rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking van 5 november 2013 het door klager ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave van de onder hem inbeslaggenomen personenauto Audi S8 met het Duitse kenteken [001], ongegrond verklaard. Uit namens mij bij het openbaar ministerie ingewonnen inlichtingen blijkt dat deze personenauto op 14 januari 2014 is teruggegeven aan klager. Dit betekent dat het beslag op grond van art. 134 lid 2 onder Pro a Sv is beëindigd. Klager heeft dan ook geen belang bij het cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG