Conclusie
derde middelklaagt dat de rechtbank ten onrechte dubbele strafbaarheid heeft aangenomen met betrekking tot de feiten die zijn opgenomen in het vonnis van de Achtste Meervoudige kamer in zware strafzaken te Izmir van 12 november 2009, door aan te nemen dat de feiten naar Nederlands recht kunnen worden gekwalificeerd als
opzettelijkvervoeren of vervaardigen van heroïne.
vijfde middelklaagt dat de Rechtbank ten onrechte de uitlevering toelaatbaar heeft verklaard ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 450 dagen welke de vervangende hechtenis vormt voor een opgelegde geldboete.