ECLI:NL:HR:2010:BL8803
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan Kroatië wegens aankoop cocaïne met oogmerk tot doorverkoop
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Republiek Kroatië wegens de aankoop van 5870,37 gram cocaïne in de Filippijnen met het oogmerk tot illegale verkoop op de Europese markt. De cocaïne werd verborgen vervoerd naar de haven van Rijeka en ontdekt tijdens een onderzoek.
De rechtbank te Alkmaar heeft beoordeeld of het feit ook onder Nederlands recht strafbaar is, hetgeen vereist is voor uitlevering (dubbele strafbaarheid). Hoewel het Nederlandse strafrecht niet expliciet de koop van cocaïne met het oogmerk tot verkoop noemt, kwalificeert artikel 10a Opiumwet dit als voorbereiden van een strafbaar feit, namelijk het opzettelijk verkopen van cocaïne.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het feit strafbaar is gesteld in Nederland en dat het rechtsgoed dat door de Kroatische en Nederlandse wet wordt beschermd, hetzelfde is. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de uitlevering kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Kroatië bevestigd wegens dubbele strafbaarheid van het feit.