ECLI:NL:PHR:2014:1672
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken persoonsgegevens verdachte
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie dagen voor openlijk in vereniging geweld plegen en medeplegen van beschadiging van goederen. Verdachte heeft cassatie ingesteld onder de aanduiding “NN1290320071650” zonder zijn persoonsgegevens bekend te maken.
De Hoge Raad overweegt dat uit de artikelen 449 tot en met 452 van het Wetboek van Strafvordering volgt dat een verdachte die in een rechterlijke beslissing niet bij naam is aangeduid, geen rechtsmiddel kan aanwenden zonder bekendmaking van zijn persoonsgegevens. De verdediging heeft betoogd dat deze vaste rechtspraak moet worden verlaten op grond van nationale en internationale rechtsargumenten.
De Hoge Raad ziet echter geen reden om af te wijken van zijn eerdere standpunt, dat sinds 2001 ongewijzigd is gebleven. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De zaak hangt samen met andere zaken waarin dezelfde conclusie is getrokken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van persoonsgegevens van verdachte.