Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het geding in feitelijke instanties
4.Het geding in cassatie
5.De richtlijnvrijstelling voor medische diensten
gezondheidskundige verzorging van de mensin het kader van de uitoefening van medische en para-medische beroepen als omschreven in de betrokken Lid-Staat;”
medische verzorgingin het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat;”
vermindering(mijn cursivering) [11] :
het doel van kostenvermindering van de gezondheidszorgom die diensten onder het begrip “gezondheidskundige verzorging van de mens” te laten vallen. (…).”
niet over een onbegrensdebeoordelingsvrijheid.
als door de betrokken lidstaat omschreven, beoogt te garanderen dat de vrijstelling alleen geldt voor
gezondheidskundige verzorgingvan de mens door zorgverleners
met de vereiste beroepskwalificaties(…). Niet alle gezondheidskundige verzorging van de mens valt dus onder die vrijstelling, daar die vrijstelling alleen betrekking heeft op gezondheidskundige verzorging die,
gelet op de beroepsopleiding van de zorgverleners, voldoende kwaliteitsniveau heeft.”
verzet dat soortgelijke diensten, die dus met elkaar in concurrentie staan, uit het oogpunt van de BTW verschillend worden behandeld(…).”
beroepskwalificatiesvan de verleners van die zorg. Wanneer die kwalificaties niet identiek zijn, kan gezondheidskundige verzorging van de mens namelijk alleen als soortgelijk worden aangemerkt, voorzover deze
voor de zorgontvanger een gelijkwaardig kwaliteitsniveau heeft.”
6.Psychologen en de nationale vrijstelling
de dienstendoor artsen,
psychologen, logopedisten, (…) de leveringen en diensten door tandartsen (…)”
gezondheidskundige verzorgingvan de mens door beoefenaren van een medisch of paramedisch beroep die een op dit beroep gerichte opleiding hebben voltooid waarvoor
regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor zover deze diensten tot het gebied van deskundigheid van dit beroep behoren en onderdeel vormen van bedoelde opleiding;”
alsmede de gezondheidskundige verzorging van de mens door psychologen;(…)”
de diensten door psychologen (…)”
de diensten, welke worden verricht door
psychologen, logopaedisten en fysio-
Artikel 11, letter g.Dit onderdeel komt in hoofdzaak overeen met artikel 24, nrs. 35 en 36, van de Wet op de Omzetbelasting 1954. Met betrekking tot de diensten welke worden verricht door psychologen (…) wordt niet meer de eis gesteld, dat de tegenwaarde moet zijn voldaan door ziekenfondsen en dergelijke inrichtingen. De hier bedoelde, in het medische vlak liggende diensten kunnen zonder bezwaar volledig worden vrijgesteld.” [27]
Het academisch statuut regelt de vereistenen bepaalt de cursusduur voor het accountantsexamen en
voor het na het doctoraal examen verkrijgen van de hoedanigheidvan arts, apotheker, tandarts, dierenarts of
psycholoog. [31]
naar doel en strekking uitsluitend betrekking heeft op personen die met goed gevolg het doctoraal examen in de studie psychologie hebben afgerond. Daarbij is mede van belang dat voor het bepalen van de reikwijdte van de btw-vrijstelling voor psychologen nooit aansluiting is gezocht bij de uit andere hoofde (zowel van overheidswege als door de beroepsvereniging) voor deze beroepsgroep opgestelde erkenningsregels. De omstandigheid dat een beroepsbeoefenaar een studie heeft afgerond die inhoudelijk gelijkenis vertoont met de psychologiestudie en wellicht daaraan gelijkwaardig is (zoals bij voorbeeld orthopedagogie) en zich (mede) op basis daarvan als psycholoog presenteert, is voor de toepassing van de onderhavige vrijstelling niet relevant.” [42]
7.Soortgelijke diensten die dus met elkaar in concurrentie staan?
voorzover deze voor de zorgontvanger een gelijkwaardig kwaliteitsniveau heeft.”