ECLI:NL:GHARN:2011:BT7645
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vrijstelling omzetbelasting voor psychotherapeutische diensten en opleidingseisen ECP versus gz-psycholoog
Belanghebbende, een maatschap die psychotherapeutische diensten verleent via A, betwistte naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd door de Inspecteur. A beschikt over een Europees Certificaat voor Psychotherapie (ECP) en aanvullende buitenlandse diploma’s, maar is niet BIG-geregistreerd. De Rechtbank had geoordeeld dat de diensten vrijgesteld waren omdat het kwaliteitsniveau gelijkwaardig was aan dat van gz-psychologen.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat de opleiding tot gz-psycholoog aanzienlijk langer en op een hoger niveau is dan de ECP-opleiding, mede door het vereiste masterdiploma en de totale studielast van ruim 10.000 uur versus 8.240 uur voor ECP. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het kwaliteitsniveau van A gelijkwaardig was, mede omdat diploma’s niet door Nuffic werden getoetst en verwijzingen door artsen en vergoeding door één verzekeraar onvoldoende waren.
Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank en verklaarde het beroep tegen de naheffingsaanslagen en heffingsrente ongegrond. De opgelegde verzuimboeten werden echter in stand gelaten omdat het standpunt van belanghebbende verdedigbaar was gezien de onduidelijkheid over de wetsbepalingen in die periode.
De uitspraak bevestigt dat vrijstelling van omzetbelasting voor psychotherapeutische diensten afhankelijk is van het kwaliteitsniveau van de beroepskwalificaties, waarbij het ECP niet gelijkwaardig wordt geacht aan de opleiding tot gz-psycholoog of psychotherapeut.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting en heffingsrente blijven in stand omdat het kwaliteitsniveau van de diensten niet gelijkwaardig is aan dat van gz-psychologen of psychotherapeuten.