ECLI:NL:PHR:2014:1751
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2013. Hoewel het cassatieberoep tijdig werd ingesteld, zijn de middelen van cassatie niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging ingediend door een raadsman.
Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Dit is in deze zaak niet gebeurd.
Daarom concludeert de Procureur-Generaal dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Deze conclusie leidt tot het einde van de procedure zonder inhoudelijke behandeling van het cassatieberoep.
De conclusie werd gegeven tijdens de zitting van 26 augustus 2014 en betreft tevens samenhangende zaken, waarbij dezelfde procedurele overwegingen gelden.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.