Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
communautaire veredelaars’ zijn wier wezenlijke belangen op grond van artikel 148, aanhef en onder c, van het Communautair douanewetboek (hierna: CDW) [3] niet ernstig mogen worden geschaad.
Feiten en procesverloop
4.Fulfillment of economic conditions
3.Geding voor de Rechtbank en het Hof
4.Geding in cassatie
5.Beschouwing
de communautaire veredelaarsniet ernstig worden geschaad (artikel 148, aanhef en onder c, van het CDW), in de Franse tekst van die bepaling: ‘des transformateurs communautaires’; in het Engels: ‘Community processors’ en in het Duits: ‘Verarbeitern in der Gemeinschaft’. Hoewel de artikelen 502 en 585 van de UCDW iets andere bewoordingen hanteren (‘verwerkende bedrijven’ respectievelijk ‘be- of verwerkende bedrijven’ in de Gemeenschap), ga ik ervan uit dat hiermee geen anderen bedoeld zijn dan de in artikel 148, onder c, van het CDW bedoelde veredelaars. [41]
actieve veredeling, dat het gaat om goederen die in de EU bewerkt worden zonder dat ter zake van de invoergoederen douanerechten geheven zijn. [46] In wezen vormen de regeling BOD en de regeling actieve veredeling uitzonderingen op de regel dat goederen eerst in het vrije verkeer moeten zijn voordat ze bewerkt kunnen worden. Daar houdt de vergelijking ook op: goederen die onder de regeling BOD worden behandeld, worden na behandeling niet (weder)uitgevoerd, zoals bij de regeling actieve veredeling, maar juist in het vrije verkeer gebracht.
regeling passieve veredeling, dat beide regelingen zien op het in het vrije verkeer brengen van behandelde goederen. Het verschil tussen beide regelingen zit hem in de locatie van de bewerking en de ‘status’ van de goederen die het onderwerp van de regeling zijn [47] : bij de regeling passieve veredeling gaat het om de behandeling
buitende EU van (terugkerende) communautaire goederen [48] , en bij de regeling BOD gaat het juist om niet-communautaire goederen die
binnende Unie worden behandeld. Anders gezegd: bij de regeling passieve veredeling zijn communautaire grondstoffen onderwerp van de regeling, bij de regeling BOD zijn het juist de niet-communautaire grondstoffen die centraal staan. De regeling BOD beoogt de behandeling van goederen binnen de Unie te houden, de regeling passieve veredeling ziet er juist op dat behandelingen van goederen in het buitenland niet belemmerd wordt door heffing van douanerechten op de van oorsprong communautaire component(en) van het bewerkte goed. [49]
communautaire producenten [50] van soortgelijke goederenworden geschaad (economische voorwaarden).(…)”
ernstigworden geschaad, een toevoeging die niet in artikel 133, onder e, van het CDW voorkomt.
de communautaire veredelaars een voordeel te verlenen doordat deze in het kader van deze regeling geen douanerechten hoeven te betalen over uit derde landen ingevoerde goederen, kan deze regeling echter inbreuk maken op de wezenlijke belangen van de eventuele communautaire producenten van grondstoffen die in het behandelingsproces worden gebruikt.
veredelaars van grondstoffen en die van de communautaire producenten van soortgelijke goederen. Zoals de Commissie betoogt, bestaat het doel van deze bepaling erin de voordelen die voor de behandelingsactiviteiten zijn verbonden aan een vergunning tot behandeling onder douanetoezicht, te evalueren in het licht van de mogelijke gevolgen van de verlening van een dergelijke vergunning voor de situatie van de communautaire producenten van goederen die soortgelijk zijn aan de goederen die het voorwerp van de behandeling vormen.
zowel die van de producenten van eindproducten als die van de producenten van de grondstoffen die voor de vervaardiging van deze producten worden gebruikt, is bovendien de enige die het mogelijk maakt rekening te houden met de eisen van de gemeenschappelijke beleidsterreinen, met inbegrip van die van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, zoals de derde en de vierde overweging van de considerans van het douanewetboek verlangen.”
veredelaars. [53] Aangezien de termen ‘be- en verwerkende bedrijven’ en ‘verwerkende bedrijven’ in de communautaire regelgeving ook worden gehanteerd als het gaat over de regeling passieve veredeling (zie de artikelen 502, lid 4 en artikel 585 van Pro de UCDW), lijkt het mij dat hierachter niets moet worden gezocht, althans dat daarin niet mag worden gelezen dat het HvJ met deze bewoordingen bedoeld heeft de reikwijdte van de economische voorwaardentoets voor de regeling BOD door te willen trekken naar de regeling passieve veredeling.
encommunautaire producenten van soortgelijke goederen’. Ik verwijs naar de gecursiveerde passage in punt 51 van het arrest (zie punt 5.8.8 van deze conclusie). Lees ik deze overweging goed, dan ziet de term ‘communautaire producenten van soortgelijke goederen’ op producenten van het eindproduct, en voegt het HvJ een nieuwe categorie daaraan toe, te weten de producenten van grondstoffen, dit met het oog op de strekking van de regeling.