Voetnoten
1.Inspecteur van de Belastingdienst/[P].
2.Rechtbank Leeuwarden 25 maart 2010, nrs. AWB 06/2808 en AWB 06/2809, ECLI:NL:RBLEE:2010:BL9903, V-N 2010/38.15 m. nt. Red., NTFR 2010/1065 met commentaar J.C. Zeeuw, FutD 2010/0883. 3.Hof Leeuwarden 28 juni 2011, nrs. 10/00061 en 10/00062, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9835, NTFR 2011/1756 met commentaar Boer, FutD 2011/1582. 4.Hoge Raad 9 november 2012, nr. 11/03555, ECLI:NL:HR:2012:BW4167, na conclusie A-G Wattel op 13 april 2012, BNB 2013/71 m. nt. E.J.W. Heithuis, V-N 2012/44.18 m. nt. Red., V-N 2012/57.12 m. nt. Red., NTFR 2012/2586 met commentaar J. de Haan, FED 2013/10 m. nt. E.P.J. Dankaart, FutD 2012/2789 met commentaar redactie. 5.Hof Amsterdam 26 september 2013, nrs. 12/01113 en 12/01114, ECLI:NL:GHAMS:2013:3683, V-N 2014/5.2.3, V-N Vandaag 2013/2473, NTFR 2013/2371 met commentaar E. Alink, FutD 2013/2438 met commentaar redactie. 6.F.M. Werger, Loon uit dienstbetrekking in: R.E.C.M. Niessen, De Wet inkomstenbelasting 2001, editie 2013, met hoofdzaken loonbelasting, Den Haag: Sdu Uitgevers 2013, blz. 261.
7.Vanwege het intrekken van de wetsvoorstellen tot vaststelling en invoering van een nieuwe titel 7.13 BW zijn de (openbare en stille) maatschap, commanditaire vennootschap en vennootschap onder firma in ongewijzigde vorm blijven bestaan.
8.Mr. C. Asser’s Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht, J.M.M. Maeijer, Bijzondere overeenkomsten, Maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap (5-V), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1995, blz. 24.
9.Door het Hof is feitelijk vastgesteld dat het samenwerkingsverband met ingang van 2009 in de vorm van een NV wordt gedreven. Zoals A-G Wattel reeds schreef in noot 6 van zijn conclusie voor HR BNB 2013/71, valt echter uit het handelsregister en de website van het samenwerkingsverband (http://www.[I].nl/over-[I]) af te leiden dat de advocatuur en het notariaat elk in een NV worden beoefend. Welke rechtsvorm het samenwerkingsverband heeft dan wel had in de onderhavige belastingjaren, blijkt noch uit het handelsregister, noch uit de website. In r.o. 5.12.1 – 5.12.3 spreekt het Hof echter meermaals over ‘de maatschap [I]’. Ook gaan zowel de Staatssecretaris als belanghebbende in hun beroepschrift en verweerschrift, alsook in eerdere gedingstukken, uit van het bestaan van een maatschap. Nu dit klaarblijkelijk geen punt van geschil is tussen partijen, ga ik in het vervolg van deze conclusie ervan uit dat het samenwerkingsverband in de onderhavige belastingjaren in de vorm van een (openbare) maatschap werd gedreven (daar wordt geopereerd onder een gemeenschappelijke naam, kan immers geen sprake zijn van een stille maatschap).
10.W.C.L. van der Grinten, bewerkt door W.H.A.C.M. Bouwens en R.A.A. Duk, Arbeidsovereenkomstenrecht, Deventer: Kluwer 2011, § 1.1 De overeenkomst (online versie, bijgewerkt tot 1 januari 2011).
11.http://www.arbeidsrechter.nl/maatschap-als-werkgever
12.J.P.H. Zwemmer, Pluraliteit van werkgeverschap, Deventer: Kluwer 2012, blz. 4.
13.R.M. Beltzer, Overgang van onderneming in de private en publieke sector, Deventer: Kluwer 2008, blz. 295.
14.P.L. Wery, Hoofdzaken maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap, Deventer: Kluwer 2003, blz. 23-24.
15.P.L. Wery, Hoofdzaken maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap, Deventer: Kluwer 2003, blz. 40.
16.Mr. C. Asser’s Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht, J.M.M. Maeijer, Bijzondere overeenkomsten, Maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap (5-V), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1995, blz. 27-28.
17.R.M. Beltzer, Overgang van onderneming in de private en publieke sector, Deventer: Kluwer 2008, blz. 295 en 297.
19.Zie ook W.A.P. van Roij, Bedrijfsspaarregeling bezien per inhoudingsplichtige. BV die in maatschap participeert is niet inhoudingsplichtig ter zake van personeel in dienst van maatschap, FED 2004/440.
21.J.N. Bouwman, Wie is inhoudingsplichtige bij inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking?, WFR 1987/165.
22.Na haar ontbinding is de maatschap niet meer inhoudingsplichtig, maar zijn dat eventueel de vroegere maten, zo oordeelde Hof Amsterdam in BNB 1994/131, zaaknr. 1432/91.
23.Fiscale Encyclopedie De Vakstudie Algemeen Deel, Aantekening 2.3.8 De inhoudingsplichtige voor de loonbelasting bij: Algemene wet inzake rijksbelastingen, Artikel 19.
24.Fiscale Encyclopedie De Vakstudie Omzetbelasting, Aantekening 3.3.1 (lid 1) Maatschap is ondernemer bij: Wet op de omzetbelasting 1968, Artikel 7.
25.Hoge Raad 25 juni 2004, nr. 39578, ECLI:NL:HR:2004:AP4380, BNB 2004/346, V-N 2004/32.17 m. nt. Red., FED 2004/440 m. nt. W.A.P. van Roij, NTFR 2004/957 met commentaar Van de Merwe, WFR 2004/1019, FED 2004/374, FutD 2004/26. De uitspraak van het gerechtshof in deze zaak is overigens niet gepubliceerd. 26.Kamerstukken II 2000/01, 27209, nr. 7, blz. 19, Nota van Wijziging.
27.J. van de Merwe, NDFR, Deel Loonbelasting, artikel 12a Wet LB 1964, aant. 3.3 (online editie, commentaar bijgewerkt tot 7 juli 2014) en S.H. Buijze en T.W.A.M. Raijmann (red.), Loonbelasting en Premieheffingen (Fiscale Encyclopedie De Vakstudie), artikel 12a Wet LB 1964, aant. 3.7.2, Deventer: Kluwer (online).