AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt strikte conformiteit en abstract karakter bankgarantie met uitzondering bij fraude
Deze zaak betreft een bankgarantie die Rabobank heeft afgegeven ten behoeve van ABN AMRO als derde-begunstigde, in het kader van een aannemingsovereenkomst tussen Amstelpark en Giebros. ABN AMRO vorderde betaling onder de bankgarantie, maar Rabobank weigerde dit op grond van een frauduleus betalingsverzoek.
De kern van het geschil was of de bankgarantie een zelfstandig karakter heeft ten opzichte van de onderliggende overeenkomst tussen Amstelpark en Giebros, en onder welke voorwaarden betaling geweigerd mag worden. De Hoge Raad bevestigde het abstracte karakter van de bankgarantie en het beginsel van strikte conformiteit, waarbij de bank op eerste verzoek moet betalen tenzij sprake is van fraude.
De Hoge Raad oordeelde dat de bankgarantie geen zelfstandig karakter heeft los van de onderliggende rechtsverhouding, zodat de begunstigde alleen recht heeft op betaling indien de verklaring dat de opdrachtgever haar betalingsverplichtingen niet is nagekomen waarheidsgetrouw is. Fraude van de begunstigde leidt tot een uitzondering op het beginsel van strikte conformiteit en rechtvaardigt weigering van betaling.
De Hoge Raad verwierp de klachten van ABN AMRO dat het hof ten onrechte de bankgarantie niet als zelfstandig had aangemerkt en dat wetenschap van fraude bij ABN AMRO vereist zou zijn. De Hoge Raad bevestigde dat Rabobank terecht betaling kon weigeren op grond van voldoende overtuigend bewijs van fraude door Giebros, ook als ABN AMRO zelf niet van die fraude op de hoogte was.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het principale cassatieberoep moet worden verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat betaling onder de abstracte bankgarantie slechts kan worden geweigerd bij overtuigend bewijs van fraude, ook als de begunstigde niet zelf wetenschap heeft van die fraude.
Voetnoten
1.In eerste aanleg betrof het Fortis Bank (Nederland) N.V., die op 1 juli 2010 is gefuseerd met ABN AMRO.
3.De bankgarantie is overgelegd als productie 2 bij de inleidende dagvaarding.
4.In de bankgarantie wordt Giebros aangeduid als opdrachtneemster, Amstelpark als opdrachtgeefster en Fortis Bank, thans ABN AMRO, als begunstigde.
5.Dit vonnis heeft bij de rechtbank het rolnummer 82570/HA ZA 09-2605.
6.Dit vonnis heeft bij de rechtbank het rolnummer 84747/HA ZA 10-2016.
7.Zie E.L.A. van Emden en E.A.L. van Emden, Bankgarantie, Recht en Praktijk Financieel Recht FR4, 2009, p. 1; zie ook Roeland F. Bertrams, Bank Guarantees in International Trade, 4e druk, 2013, p. 15.
8.Vgl. Bertrams, a.w., p. 93-94, die erop wijst dat deze constructie ‘does not affect or alter the purpose of the guarantee which continues to be providing security in relation to the underlying contract between applicant and creditor, the only difference being that the creditor’s bank, being the designated beneficiary, is entitled to call the guarantee in its own name’ (p. 94).
9.Van Emden en Van Emden, a.w., p. 2; H.J. Pabbruwe, De betekenis van de onafhankelijke bankgarantie, oratie Leiden, 1984, p. 8.
10.Van Emden en Van Emden, a.w., p. 3.
11.HR 25 september 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2716, NJ 1998/892, rov. 3.4. De Hoge Raad verwijst in dit arrest naar het bekende Haviltex-arrest. 12.Zie ook onder 2.5 van de conclusie van A-G Bakels vóór het aangehaalde arrest van 25 september 1998.
13.Zie ook A.R.J. Croiset van Uchelen, De kracht van de bankgarantie (1), TOP 2008, p. 279; C.W.M. Slegers, De Bankgarantie, in: Garanties in de rechtspraktijk, M.M. van Rossum (red.), 2002, p. 144.
14.Zie HR 9 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1749, NJ 1995/639, m.nt. P. van Schilfgaarde, rov. 3.4. Vgl. Van Emden en Van Emden, a.w., p. 46-49. 15.Van Emden en Van Emden, a.w., p. 43-45; Slegers, a.w., p. 151-157.
16.Zie over een frauduleus verzoek om uitbetaling onder een bankgarantie ook: Rb. Amsterdam 28 februari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7428, JOR 2007/161, Rb. Utrecht 6 februari 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BC3554, JOR 2008/140 en Rb. Amsterdam 3 december 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BL8404, JOR 2010/82, steeds in JOR geannoteerd door R.I.V.F. Bertrams; voorts van dezelfde auteur, De bankgarantie als zekerheidsinstrument bij internationaal contracteren, in: B. Wessels en T.H.M. van Wechem (red.), Contracteren in de internationale praktijk, 2011, p. 21-23. 18.Zie HR 26 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2778, NJ 2004/309, m.nt. P. van Schilfgaarde, rov. 3.4.2. en 3.4.3; JOR 2004/153, m.nt. R.I.V.F. Bertrams. Vgl. Van Emden en Van Emden, a.w., p. 50-52. 19.Zie R.I.V.F. Bertrams, a.w., in: B. Wessels en T.H.M. van Wechem (red.), Contracteren in de internationale praktijk, 2011, p. 21; Van Emden en Van Emden, a.w., p. 43.
20.R.I.V.F. Bertrams in zijn noot onder Rb. Amsterdam 3 december 2009, ECLI:NL:RBAMS:BL8094, JOR 2010/82.
21.Zie onder nr. 5 van de noot van Bertrams, JOR 2010/82.
22.Bertrams, t.a.p.
23.Zie R.I.V.F. Bertrams, Hoe ver reikt de onderzoeksplicht van de bank bij een bankgarantie en hoe is de procesorde bij een vordering tot een betalingsverbod?, WPNR 1999/6362, p. 708 en 711.
24.Verwezen wordt naar MvA onder 12-14, 20-30 en 37; de dagvaarding van ABN AMRO onder 6-7 en de CvA van ABN AMRO onder 5-6.