Uitspraak
9 juni 1995.
Hoge Raad
In deze zaak vorderde Gesnoteg betaling onder een bankgarantie die door de Bank was afgegeven ten behoeve van Interflow Holding B.V. De garantie had een afroepkarakter en stelde strikte voorwaarden, waaronder dat een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak door middel van een deurwaardersexploit aan de bank moest worden betekend om de garantie in te roepen.
De Bank weigerde betaling omdat de betekening van het verstekvonnis niet volgens de formele vereisten was geschied; het vonnis was slechts per post toegezonden. Het Hof bevestigde dat betekening per deurwaardersexploit vereist was en dat de Bank niet in strijd met redelijkheid en billijkheid handelde door dit te eisen.
De Hoge Raad bevestigde de strikte uitleg van de voorwaarden van de bankgarantie en het belang daarvan in het handelsverkeer. Echter stelde de Hoge Raad dat de bank een mededelingsplicht heeft jegens de partij die de garantie inroept wanneer niet aan de voorwaarden is voldaan, vooral als herstel nog mogelijk is. Het ontbreken van zo'n mededeling kan ertoe leiden dat de bank zich niet kan beroepen op het niet-naleven van de voorwaarden.
De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling, waarbij de mededelingsplicht en de gevolgen van het niet nakomen daarvan opnieuw beoordeeld moeten worden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling, met nadruk op de mededelingsplicht van de bank.