AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt draagkracht van alimentatieplichtige bij kinderalimentatie
Partijen hadden een relatie waaruit een dochter is geboren die bij de vrouw woont. De man werd bij beschikking verplicht tot betaling van kinderalimentatie van € 500 per maand, later geïndexeerd tot € 564,59. De man verzocht wijziging van deze bijdrage naar nihil vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder het faillissement van zijn bedrijf.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel en stelde de draagkracht van de man vast op € 41.000 per jaar, gebaseerd op het gebruikelijke loon voor een directeur-grootaandeelhouder. Het hof oordeelde dat de man zich tot het uiterste moet inspannen om inkomen te genereren, waaronder het verhuren van een pand dat hij ter beschikking heeft.
De man stelde in cassatie dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden en dat zijn draagkracht lager was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een zelfstandige taak heeft bij het bepalen van de draagkracht en dat het oordeel voldoende gemotiveerd is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de draagkracht van de man wordt vastgesteld op € 41.000 per jaar.
Voetnoten
1.Voor zover in cassatie van belang. Zie rov. 3.1-3.2 en 3.8 van de beschikking van het hof ’s-Hertogenbosch van 28 maart 2013 en de feitenvaststelling door de rechtbank ’s-Hertogenbosch in haar beschikking van 10 augustus 2012, p. 1, onder “De feiten”).
2.Zie voor de procedure in eerste aanleg de beschikking van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 10 augustus 2012, p. 1, onder “De procedure” en p. 2, onder “Het verzoek en verweer”. Zie voor de procedure in hoger beroep de beschikking van het hof ‘s-Hertogenbosch van 28 maart 2013, rov. 2.1-2.4.
3.Het cassatieverzoekschrift is op 27 juni 2013 ingekomen bij de griffie van de Hoge Raad.
4.De cassatieadvocaat van de man heeft de griffie bij brief van 4 september 2013 laten weten dat zij het cassatieverzoekschrift niet wenst aan te vullen.
5.De inhoud van beide dossiers komt niet overeen. In het A-dossier ontbreekt het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep (nr. 10 B-dossier).
6.Zie Asser/De Boer 1 2010, nr. 620 en 624-625, met verwijzingen.
8.Verweer tegen verzoekschrift tot wijziging alimentatie, nr. 3.
9.Proces-verbaal, p. 1. In het proces-verbaal staat bij vergissing dat de draagkrachtberekening prod. 9 is.
10.Proces-verbaal, p. 1-2.
11.Proces-verbaal in eerste aanleg, p. 2.
12.Producties 2-5.
13.Appelschrift, nr. 14.
14.Verweer tegen appelschrift, nr. 2-3.
15.Verweer tegen appelschrift, nr. 4-6.
16.Verweer tegen appelschrift, nr. 7.
17.Verweer tegen appelschrift, nr. 8.
18.Verweer tegen appelschrift, nr. 9.
19.Verweer tegen appelschrift, nr. 10.
20.Proces-verbaal, p. 3.
21.Zie over de motivering van dergelijke beschikkingen Asser/De Boer 1 2010, nr. 620, met verwijzingen.