Conclusie
verklaring van [medeverdachte]:
verklaring van [verdachte]:
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende:
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk telen van hennepplanten samen met haar echtgenoot. De verdediging stelde dat verdachte geen actieve bijdrage had geleverd en slechts van de kwekerij wist, zonder nauwe samenwerking die vereist is voor medeplegen.
Het hof oordeelde dat verdachte en haar echtgenoot samen verantwoordelijk waren voor het pand waar de hennepkwekerij was gevestigd, dat zij samen de financiële problemen wilden oplossen via de hennepteelt en dat verdachte van de opbrengsten had geprofiteerd. Dit leidde tot de bewezenverklaring van medeplegen ondanks het ontbreken van feitelijke telingshandelingen door verdachte.
De Hoge Raad stelt echter dat de feiten onvoldoende grond bieden voor het oordeel van medeplegen zoals bewezenverklaard. Er was geen nauwe en bewuste samenwerking die vereist is, en het enkele weten van de kwekerij en profiteren van opbrengsten is niet voldoende. De Hoge Raad vermindert daarom de straf en verwerpt het beroep verder.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor het cassatieberoep is overschreden, wat gevolgen heeft voor de strafmaat. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de straf verminderd moet worden. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken tegen medeverdachten.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen, maar verwerpt het beroep verder.