ECLI:NL:PHR:2014:1884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot afpersing en mededaderschap ondanks motiveringsklachten
Verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot afpersing gepleegd door twee of meer verenigde personen en diefstal met geweld en bedreiging. Tevens zijn voorwerpen verbeurd verklaard en aan het verkeer onttrokken.
In cassatie klaagt verdachte dat het hof onzorgvuldig is omgegaan met het bewijs van een fotoconfrontatie waarbij een getuige slechts 95% zekerheid had over de herkenning, en dat het hof haar verklaring heeft gedenuatureerd door een discrepantie over huidskleur weg te laten. Daarnaast wordt aangevoerd dat het bewijs omtrent een voorhamer tegenstrijdig is.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof uitvoerig heeft gemotiveerd waarom de fotoconfrontatie in samenhang met andere bewijsmiddelen wel degelijk bewijs oplevert, zonder de verklaring te denatureren. Ook de constatering over de voorhamer is niet onbegrijpelijk, mede gezien de aankoop van een soortgelijke hamer kort voor de overval en het ontbreken van een verklaring van verdachte.
Het middel faalt in alle onderdelen en het beroep wordt verworpen. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging. De Hoge Raad bevestigt daarmee de bewezenverklaring en de mededaderschapsoordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot afpersing en mededaderschap.