Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van de middelen in het principaal cassatieberoep
nietertoe strekt dat de in art. 251 Rv Pro neergelegde wettelijke regeling ter zijde wordt gesteld. Volgens de toelichting prevaleert de tussen partijen gemaakte afspraak boven het bepaalde in art. 251 Rv Pro.
waivere.d. Evenzo zijn procespartijen bevoegd om met elkaar afspraken maken waarbij van het wettelijke bewijsrecht wordt afgeweken, evenwel met dien verstande dat die afspraken buiten toepassing blijven wanneer zij betrekking hebben op het bewijs van feiten waaraan het recht gevolgen verbindt die niet ter vrije bepaling van partijen staan (art. 153 Rv Pro); voorts kunnen procederende partijen een vaststellingsovereenkomst sluiten (art. 7:900 BW Pro). De in art. 251 Rv Pro neergelegde procedureregels echter zijn van openbare orde: zij worden door de rechter ambtshalve toegepast en kunnen daarom door partijen niet met succes opzij worden gezet [6] . Voor art. 251 Rv Pro is dit bij mijn weten nog niet in de rechtspraak uitgemaakt; voor beroepstermijnen wel [7] . De slotsom is dat middel 3 faalt.