ECLI:NL:PHR:2014:1915
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over toepassing aandelenfusiefaciliteit bij driehoeksfusie met buitenlandse vennootschap
Belanghebbende verkocht in 2000 aandelen in [C] BV, die tot een aanmerkelijk belang behoorden, zonder vervreemdingsvoordeel aan te geven. De Inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag op. Het hof stelde vast dat sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en oordeelde dat de aandelenfusiefaciliteit niet van toepassing was omdat het geen fusie in de zin van de wet betrof.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de aandelenfusiefaciliteit niet toepaste en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom sprake was van een nieuw feit. Advocaat-Generaal Niessen concludeerde dat de aandelenfusiefaciliteit niet van toepassing is op driehoeksfusies waarbij aandelen van de moedervennootschap worden uitgegeven in ruil voor aandelen in een andere vennootschap, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad uit 1990 en de implementatie van de Fusierichtlijn.
Verder overwoog de A-G dat het hof het oordeel over het nieuw feit onvoldoende had gemotiveerd door slechts te verwijzen naar een andere zaak met een verschillend feitencomplex. Ook werd bevestigd dat de regeling niet in strijd is met het vrij verkeer van kapitaal of de vrijheid van vestiging binnen de EU, en dat de wetgever geen faciliteit heeft voorzien voor driehoeksfusies in één stap.
De Hoge Raad volgde de conclusie van de A-G, verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling. Hiermee blijft de navordering in stand, maar moet het hof de motivering omtrent het nieuw feit nader geven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof.