Conclusie
2. Bespreking van het cassatiemiddel
door de curatorzijn betaald (of, zoals in dit geval alle schuldeisers zijn voldaan […]), eindigt het faillissement immers.”
Parket bij de Hoge Raad
De Stichting Garantie- en Waarborgfonds Nederland was failliet verklaard, waarna verschillende curatoren werden benoemd. De Stichting verzocht de rechter-commissaris om de curator te bevelen het faillissement op een wijze te beëindigen die afwijkt van de wettelijke regeling en om het indienen van salarisverzoeken te verbieden. Deze verzoeken werden door de rechter-commissaris en vervolgens door de rechtbank afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de wijze van beëindiging van het faillissement niet valt onder het beheer en de vereffening van de boedel door de curator en dat het salaris van de curator wordt vastgesteld door de rechtbank zonder inmenging van derden. De Stichting stelde in cassatie dat de curator wel invloed kan uitoefenen op de beëindiging en dat de Stichting als gefailleerde recht heeft op enige invloed op de salarisbepaling.
De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het wettelijke stelsel inzake faillissement en curatorssalaris strikt is en dat de verzoeken van de Stichting niet binnen het toepassingsbereik van artikel 69 Faillissementswet Pro vallen. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van artikel 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en de verzoeken worden afgewezen.