ECLI:NL:HR:2013:BZ2765
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beschikking rechter-commissaris wegens termijnoverschrijding in faillissementsprocedure
In deze zaak heeft Lehman Brothers Finance S.A. (LBF) beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechter-commissaris in het faillissement van Lehman Brothers Treasury Co. B.V. (LBT). De beschikking betrof de toepassing van een bijzondere stemprocedure (Consent Solicitation Memorandum, CSM) voor schuldeisers die vorderingen op Notes van LBT hadden. LBF stelde dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld en dat de procedure onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van LBF niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vijfdaagse beroepstermijn zoals voorgeschreven in art. 67 lid 1 Faillissementswet Pro. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de termijn begon te lopen op het moment dat LBF redelijkerwijs kon weten van de beschikking, namelijk uiterlijk op 10 december 2012 toen het definitieve Composition Plan en het CSM op de faillissementswebsite werden geplaatst.
De Hoge Raad benadrukte dat bij faillissementen met veel schuldeisers communicatie via een website met duidelijke aanwijzingen voor raadpleging als voldoende kan worden beschouwd. LBF had alert moeten zijn en tijdig beroep instellen. Het beroep werd daarom verworpen wegens termijnoverschrijding, ondanks dat LBF haar bezwaren tegen de procedure ook tijdens de homologatie kon aanvoeren.
Uitkomst: Het beroep van Lehman Brothers Finance tegen de beschikking van de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de vijfdaagse beroepstermijn.