ECLI:NL:PHR:2014:1932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken van nieuw bewijs in poging tot doodslag
De aanvrager is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens tweemaal poging tot doodslag. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld, dat door de Hoge Raad is verworpen. Vervolgens heeft de aanvrager via zijn advocaat een verzoek tot herziening ingediend op grond van verklaringen van getuigen die zouden wijzen op een andere dader.
De aanvraag berustte op verklaringen van getuigen die aanwezig waren bij gesprekken tussen de aanvrager en een derde, die volgens deze verklaringen de werkelijke dader zou zijn. De procureur-generaal heeft een uitgebreid politieonderzoek laten uitvoeren, waarbij getuigen en de vermeende andere dader zijn gehoord en foto's zijn vergeleken.
Uit het onderzoek bleek dat de verklaringen van de getuigen te algemeen en weinigzeggend waren om als nieuw bewijs (novum) te kwalificeren. De vermeende andere dader ontkende betrokkenheid en het doen van belastende uitlatingen. Ook de fotovergelijking bood geen aanwijzing voor persoonsverwisseling.
Op basis van deze bevindingen concludeerde de procureur-generaal dat geen novum aanwezig is en adviseerde afwijzing van het herzieningsverzoek. De Hoge Raad volgde dit advies en wees de aanvraag af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een novum.