Conclusie
1.Feiten en procesverloop
( [1] )een aanbod aan [verweerder] gedaan om via een ‘cross border lease’-constructie te komen tot de aankoop van het zeiljacht, waarmee ten opzichte van een directe koop een besparing ter grootte van € 31.068, 71 zou kunnen worden bewerkstelligd. Die besparing betrof het betalen van minder BTW. [verweerder] heeft het aanbod aanvaard.
( [2] ): geldlening van [verweerder] aan Yacht Expertease; aankoop door Yacht Expertease met het geleende geld van het zeiljacht bij verkopende scheepswerf; verhuur in Nederland van het zeiljacht door Yacht Expertease aan [verweerder]; transport van het zeiljacht naar België; omzetting aldaar van de verhuur in een financial lease met een optie voor [verweerder] om het zeiljacht te kopen tegen een bepaalde koopprijs (5% van de oorspronkelijke koopprijs), waarover Yacht Expertease BTW had af te dragen; uitoefening van de koopoptie door [verweerder] in België; terugbrengen van het zeiljacht naar Nederland; levering door middel van een notariële akte d.d. 25 juni 2009 van het zeiljacht aan [verweerder]. In de notariële akte is vermeld dat de koopprijs € 258.905,00 bedraagt en is met betrekking tot de omzetbelasting bepaald:
“Verkoper staat er tegenover koper voor in dat de koopprijs niet behoeft te worden vermeerderd met omzetbelasting.”
- iii) In de tweede helft van 2010 heeft [verweerder] van Yacht Expertease een email ont-vangen met de mededeling dat de Belastingdienst en douane een onderzoek zijn gestart inzake het navorderen van omzetbelasting met betrekking tot (o.a.) cross border lease constructies. Yacht Expertease laat verder weten dat zij [verweerder], ondersteund door het advocatenkantoor VMW Taxand, graag assisteert bij de voorkoming/oplossing van eventuele discussies met de Belastingdienst en stelt voor dat [verweerder] rechtstreeks contact opneemt met Taxand.
- iv) Op 8 februari 2011 heeft [verweerder] van de Belastingdienst/Douane een zogeheten controlerapport – voorzien van het opschrift ‘definitief’ – ontvangen betreffende de al of niet verschuldigdheid van omzetbelasting over, naar uit het rapport blijkt, de oorspronkelijke koopprijs van het zeiljacht.
( [4] )
( [5] )Daarin is vermeld, kort gezegd, dat de Belastingdienst/Douane van mening is dat door of namens [verweerder] geen aangifte is gedaan en geen omzetbelasting is voldaan voor de zeiljacht, dat [verweerder] ter zake als schuldenaar wordt aangemerkt, dat aan [verweerder] een uitnodiging tot betaling van ‘verschuldigde rechten bij invoer (omzetbelasting)’ wordt gedaan, dat de Belastingdienst/Douane en [verweerder] zijn overeengekomen dat het totaal te corrigeren bedrag wordt vastgesteld op € 30.887,10, dat geen proces-verbaal wegens het niet doen van aangifte zal worden opgemaakt, dat [verweerder] geen boete en rente is verschuldigd en dat de Douane na de betaling van het genoemde bedrag en na het verloop van de bezwaartermijn een zogeheten ‘BTW verklaring voor pleziervaartuig’ zal afgeven.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
( [6] )Die eis strekt er mede toe om te kunnen vaststellen of bij de klacht een voldoende belang aanwezig is in die zin dat er bij honorering van de klacht een mogelijkheid bestaat dat er omtrent het betrokken geschil in een voor de klager gunstigere zin zal worden beslist. Voor de onderhavige zaak betekent dit dat in het kader van de aangevoerde klacht dient te worden uiteengezet welke door het hof in aanmerking te nemen uitspraak van het Europese Hof van Justitie waarom aanleiding geeft, althans kan geven, om het door de Belastingdienst tegenover [verweerder] ingenomen standpunt voor niet juist te houden en om te oordelen dat [verweerder] niet een goede grond had om de vaststellingsovereenkomst af te sluiten. Het verlangen van een toelichting op de klacht op de zojuist vermelde wijze is om de volgende twee redenen te meer gerechtvaardigd. Waar Yacht Expertease in de vorige instanties naar uitspraken van het Europese Hof van Justitie verwijst – [verwezen wordt naar HvJ EG 22 december 2010, nr. C-277/09 in de memorie van grieven, in 2.6.1 sub (3), 2.9.2, en 3.1.1 sub (8) en naar HvJ EU 18 november 2010, nr. C-84/09 in de pleit-aantekeningen in appel van mr. Vroom, in § 16] – wordt door Yacht Expertease niet op de inhoud van de uitspraken zelf ingegaan en wordt niet nader uiteengezet waarom de uitspraken voor de onderhavige zaak van belang zijn. In de antwoordbrief van 3 maart 2011 schenkt de Belastingdienst aan beide genoemde uitspraken aandacht en geeft zij aan dat in die uitspraken geen aanleiding is te vinden om tot de conclusie te komen dat van [verweerder] geen BTW kan worden geheven. Daarop heeft Yacht Expertease niet een goed gemotiveerd weerwoord gegeven.
( [7] )