Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het geding in feitelijke instanties
article' en niet aan (het in de aanhef gebruikte begrip) '
paragraphe', vindt het Hof steun voor zijn oordeel dat 'dit artikel' in de Nederlandse tekst, verwijst naar artikel 9 in Pro zijn geheel.
alsmede het in het binnenland verkrijgen, door een niet-belastingplichtige, van dezelfde diensten, welke door een buiten de gemeenschap gevestigde dienstverrichter zijn verricht(…)'. Weliswaar is artikel 2, derde lid, van de ontwerptekst voor de Zesde Richtlijn niet als zodanig in de definitieve tekst van de Zesde Richtlijn overgenomen, maar de bedoeling daarvan komt naar 's Hofs oordeel tot uiting in de vormgeving van de regeling inzake de plaats van de dienst. Met die regeling wordt in feite hetzelfde resultaat bereikt, zij het dat die regeling de lidstaten voor bepaalde diensten niet verplicht de regeling in de nationale wetgeving op te nemen. Een en ander biedt naar 's Hofs oordeel steun aan de opvatting dat de richtlijn wetgever met de invoering van artikel 9, lid 3, sub b, van de Zesde richtlijn de lidstaten de mogelijkheid heeft willen geven ook diensten als de onderhavige aan een niet-belastingplichtige, welke door een buiten de Unie gevestigde dienstverrichter zijn verricht, aan de heffing van btw te onderwerpen.
van dat artikel 9 van Pro voornoemde richtlijn in zijn geheel, waarnaar artikel 9, lid 3, sub b, van diezelfde richtlijn uitdrukkelijk verwijst(…), niet met toepassing van die bepaling alsnog kan worden belast. (…) Anders dan de rechtbank, is het Hof van oordeel dat het HvJ (…) in voornoemde rechtsoverweging 33 enkel tot uitdrukking heeft willen brengen dat diensten die niet binnen het toepassingsgebied van artikel 9 vallen Pro, niet onder de afwijking van artikel 9, lid 3, sub b, van de Zesde richtlijn kunnen worden gebracht. Nu, zoals in die zaak, het toepassingsgebied van artikel 9, lid 1 en lid 2, van de Zesde richtlijn met betrekking tot diensten die door een Oostenrijkse ondernemer worden verricht aan afnemers in Oostenrijk en Duitsland zich niet uitstrekt tot Italië, kan toepassing van artikel 9, lid 3, van de Zesde richtlijn niet bewerkstelligen dat de plaats van die diensten niettemin in Italië wordt gesitueerd.”
4.Het geding in cassatie
5.Hoofdregel inzake de plaats van aan niet-ondernemers verrichte adviesdiensten
betreft [het] hier in het algemeen diensten waarvan de kosten de prijzen van goederen beïnvloeden; (…) Om praktische redenen is voor particulieren aan wie een in letter e genoemde dienst wordt verricht, teruggekeerd tot de hoofdregel, dat wil zeggen dat de plaats van dienst is gelegen in het land waar de dienstverrichter is gevestigd. Uit concurrentieoverwegingen blijft echter belastingheffing achterwege, indien de particulier woont of is gevestigd buiten de lid-staten van de Europese Gemeenschappen.(…)”
maar dat die plaats evenwel in bepaalde gevallen moet worden vastgesteld in het land van de ontvanger van de diensten, met name voor sommige diensten tussen belastingplichtigen waarvan de kosten in de prijs van de goederen worden opgenomen;”
binnende Gemeenschap is gevestigd). Voor de plaatsbepaling wordt dan teruggesprongen naar de hoofdregel van artikel 6, lid 1, van de Wet. De dienst wordt op grond daarvan gesitueerd in het land van de dienstverrichter. Is de dienstverrichter in deze gevallen buiten de Europese Unie gevestigd, dan wordt in het geheel niet aan (Europese) btw-heffing toegekomen.
Afwijking op de hoofdregel voor adviesdiensten aan niet-ondernemers: de Zesde Richtlijn en het voorstel daartoe
door een belastingplichtigein het binnenland verkrijgen van een adviesdienst die door een in het buitenland gevestigde dienstverrichter is verleend, maar ook ter zake van (cursivering MvH):
door een niet-belastingplichtige, van dezelfde diensten, welke door een buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichter zijn bewezen”.
voor de diensten als bedoeld in lid 2, onder e,(…):
, krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in het binnenland geschieden.”
artikel9 (als geheel) moet zijn bedoeld, en niet
lid 2 [29] van artikel 9 van Pro de Zesde richtlijn. Had de richtlijngever iets anders bedoeld, dan had een andere woordkeuze voor de hand gelegen. Ook teleologisch ligt deze interpretatie voor de hand, uitgaande van mijn veronderstelling (zie punt 6.5 van deze conclusie) dat de doelstelling van artikel 9, lid 3, onder b, van de Zesde richtlijn dezelfde is als die van artikel 2, lid 3, juncto artikel 16, lid 10, van het Voorstel: het voorkómen dat adviesdiensten die door afnemers binnen de Gemeenschap (tegenwoordig: Unie) worden afgenomen, buiten de heffing zouden blijven, ten gevolge waarvan ‘Europese’ ondernemers concurrentienadeel zouden (kunnen) ondervinden. De enige situatie waarin een adviesdienst op grond van artikel 9, lid 2, (onder e,) van de Zesde richtlijn niet in de Europese Unie plaatsvindt, betreft een
uitgaandedienst: die waarin een in de Europese Unie gevestigde ondernemer een adviesdienst verleent aan een afnemer buiten de Europese Unie. Het is weliswaar voorstelbaar dat ook in dergelijke gevallen (namelijk bij werkelijk gebruik en werkelijke exploitatie van de dienst in het binnenland) de behoefte bestaat om die dienst naar het binnenland te verleggen – ik denk aan structuren waarbij via een niet-EU-ondernemer adviesdiensten worden verricht die uiteindelijk ten goede komen aan (bijvoorbeeld) een zuivere houdstervennootschap (niet-ondernemer) binnen de Europese Unie [30] – maar ik kan mij – gelet op de door mij veronderstelde gelijke ratio van de bepaling uit het Voorstel en die uit de Zesde richtlijn en gelet op het bereik van de regeling uit het Voorstel – niet goed voorstellen dat juist die diensten die in het Voorstel nadrukkelijk tot binnenlandse heffing moesten leiden (namelijk adviesdiensten door een niet-EU-dienstverrichter aan een EU-niet-ondernemer) op grond van artikel 9, lid 3, onder b, van de Zesde richtlijn niet tot binnenlandse heffing zouden mogen leiden indien de lidstaat in kwestie van de in deze bepaling geboden mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.
visés au paragraphe 2, sous e)(…)
en vertu du présent article, est situé en dehors de la Communauté, comme s'il était situé à l'intérieur du pays, (…).”
bei den in Absatz 2 Buchstabe e)bezeichneten Dienstleistungen (…)
der nach diesem Artikelausserhalb der Gemeinschaft liegt, so behandeln, als läge er im Inland, (…)”
referred to in 2 (e)(…) consider:
under this Articlewould be situated outside the Community, as being within the territory of the country (…)”
excepté ceux visés au dernier tiret, lorsque ces services sont fournis à des personnes non assujetties, (…) considérer:”
mit Ausnahme der unter dem letzten Gedankenstrich genannten Dienstleistungen, sofern diese an nicht steuerpflichtige Personen erbracht werden,(…).”
except for the services referred to in the last indent when supplied to non-taxable persons, (…) consider:”
hangt de vaststelling van de plaats van een dienst alleen af van de plaats waar de verrichter en de ontvanger van de betrokken dienst zijn gevestigd. (…).”
7.De Nederlandse omzetting van artikel 9, lid 3, onder b, van de Zesde richtlijn
leidt zij ertoe dat Nederlandse verhuurders die niet van de omwegconstructie gebruik maken hun concurrentiepositie zien verslechteren.
wordt uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 9, lid 3, sub b, van de zesde richtlijn (…). Deze richtlijnbepaling biedt de mogelijkheid de plaats van bepaalde diensten, waaronder de verhuur van roerende goederen, die op grond van de normaal van kracht zijnde bepalingen buiten de Europese Gemeenschappen is gelegen, toch aan te merken als in Nederland te zijn gelegen (…)