ECLI:NL:PHR:2014:1974
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking onttrekking aan het verkeer wegens onvoldoende motivering geldelijke tegemoetkoming
De Rechtbank Den Haag heeft op 10 september 2013 een personenauto onttrokken aan het verkeer op vordering van het openbaar ministerie, omdat de auto was omgekat en het bezit ervan in strijd was met de wet en het algemeen belang. Tegen deze beschikking stelde de belanghebbende cassatieberoep in en voerde twee middelen aan.
Het eerste middel betrof de vermeende onvoldoende motivering van de rechtbank omtrent de grondslag voor onttrekking aan het verkeer. De Hoge Raad achtte dit middel ongegrond omdat de rechtbank kennelijk abusievelijk verwees naar art. 36d Sr in plaats van art. 36c Sr, maar de feitelijke grondslag voor onttrekking aan het verkeer wel aanwezig was.
Het tweede middel klaagde dat de rechtbank niet had gemotiveerd waarom geen geldelijke tegemoetkoming werd toegekend, terwijl de belanghebbende een WAJONG-uitkering ontvangt en de auto een getaxeerde waarde had. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank dit had moeten motiveren en vernietigde de beschikking daarom. De zaak werd terugverwezen voor nadere beslissing over de tegemoetkoming.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om ambtshalve te vernietigen en bevestigde dat het ongecontroleerd bezit van de auto in strijd was met de wet en het algemeen belang, conform eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank wegens onvoldoende motivering omtrent de geldelijke tegemoetkoming en verwijst de zaak terug.