ECLI:NL:PHR:2014:1975
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende aannemelijkheid ander dader
Het cassatieberoep richt zich tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld dat het niet aannemelijk is dat een ander dan verzoeker het slachtoffer van het leven heeft beroofd. Verzoeker stelde dat technisch onderzoek wees op een poging om de woning schoon te maken, wat volgens hem duidt op een alternatieve dader. Het hof heeft echter de verklaring van verzoeker dat hij het bloed in de woning heeft opgeruimd niet geloofwaardig geacht en zijn alternatieve lezing als niet onbegrijpelijk verworpen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden en stelt voor het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee wordt bevestigd dat de beoordeling van het hof omtrent de geloofwaardigheid en aannemelijkheid van de alternatieve dader niet onbegrijpelijk is.
De zaak betreft een beoordeling van bewijs en geloofwaardigheid in een strafzaak waarbij het hof de primaire dader aanwijst en het verweer van verzoeker afwijst. De Hoge Raad volgt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.