Conclusie
Het eerste en het tweede middel
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor schuldwitwassen, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, en het opzettelijk nalaten van het verstrekken van gegevens. Verdachte werd veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld, waarbij het cassatieberoep voor het primaire feit reeds partieel is ingetrokken.
De Hoge Raad bespreekt twee middelen van cassatie die gezamenlijk worden behandeld. Het eerste middel klaagt dat de bewezenverklaring van schuldwitwassen niet alle bestanddelen van het delict bevat, doordat het hof essentiële zinsneden heeft doorgehaald. Het tweede middel richt zich op de motivering en het bewijs, waarbij wordt gesteld dat niet kan worden afgeleid dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig was en dat verdachte dit moest vermoeden.
De Hoge Raad constateert dat het hof kennelijk te veel heeft weggestreept uit de tenlastelegging en dat de bewijsvoering onduidelijk is over welke gedragingen precies bewezen zijn. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat een groot deel van de betalingen met geld van de ex-man van verdachte is verricht, die inkomsten uit de autohandel niet aan de belastingdienst opgaf. Er is echter geen aanwijzing dat verdachte dit moest vermoeden.
De Hoge Raad oordeelt dat beide middelen slagen en dat de bewezenverklaring niet kan worden verbeterd. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd voor zover het betrekking heeft op het subsidiaire feit schuldwitwassen en de strafoplegging. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Er is geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging op andere gronden.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het subsidiaire feit schuldwitwassen vanwege onduidelijke bewezenverklaring en onvoldoende bewijs.