ECLI:NL:PHR:2014:2308

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2014
Publicatiedatum
18 december 2014
Zaaknummer
13/02326
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling wegens onvoldoende bewijsvoering

In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof ’s-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf van 268 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf wegens medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling. De bewezenverklaring omvatte diverse handelingen jegens het slachtoffer, waaronder het vasthouden, mishandelen en bedreigen.

De verdediging stelde cassatieberoep in tegen het arrest, met name gericht op de bewijsmotivering die volgens hen onvoldoende was onderbouwd door de zogenoemde Promis-bewijsvoering. De Hoge Raad bevestigt dat een aantal zinsneden in de bewezenverklaring niet voldoende worden gedekt door het bewijsmateriaal, maar oordeelt dat dit gebrek op zichzelf niet tot cassatie hoeft te leiden als het belang van de verdachte niet is aangetoond.

Echter, de Hoge Raad constateert dat het hof de bewijsvoering vooral heeft gericht op de weerlegging van het verweer van verdachte en dat daardoor cruciale onderdelen van de bewezenverklaring niet adequaat zijn onderbouwd. Dit leidt tot de conclusie dat het arrest niet in stand kan blijven.

De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling op basis van het bestaande cassatieberoep. De zaak betreft feiten die plaatsvonden op of omstreeks 21 augustus 2009 te ’s-Gravenhage, waarbij verdachte samen met anderen het slachtoffer wederrechtelijk van vrijheid beroofde en mishandelde.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijsvoering.

Conclusie

Nr. 13/02326
Mr. Vegter
Zitting 16 september 2014
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 20 februari 2013 de verdachte ter zake van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en medeplegen van mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 268 (tweehonderdachtenzestig) dagen met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro waarvan 180 (honderdtachtig) dagen voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, subsidiair 90 (negentig) dagen hechtenis.
2. Mr. R.A. Kaarls, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld. Mr. Th.J. Kelder, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3. Het
eerste middelbehelst de klacht dat ‘s Hofs bewijsmotivering van het Promis-arrest de bewezenverklaring niet, althans ontoereikend dekt.
4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“zij op of omstreeks 21 augustus 2009 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [betrokkene 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben zij, verdachte, en haar mededader(s) met dat opzet
- tegen [betrokkene 1] gezegd dat zij op de bank moest gaan zitten en de woning (gelegen aan de [b-straat 1]) niet mocht verlaten en
- de (vlucht)weg voor [betrokkene 1] geblokkeerd en
- [betrokkene 1] meermalen in het gezicht en tegen het hoofd gestompt en geslagen en
- [betrokkene 1] meermalen aan de haren getrokken en
- [betrokkene 1] meermalen tegen het hoofd en het lichaam geschopt terwijl [betrokkene 1] op de grond lag en
- de tas en mobiele telefoon van [betrokkene 1] afgepakt en
- [betrokkene 1] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Je moet je uitkleden en dan gaan er foto's van je gemaakt worden" en "En als je dat niet doet dan krijg je nog meer knallen van ons" en "Hoe meer je schreeuwt hoe meer klappen je krijgt" en "Je moet je bek houden en luisteren naar wat wij zeggen" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en
- [betrokkene 1] uitgekleed terwijl [betrokkene 1] werd vastgehouden en
- meerdere foto's van [betrokkene 1] gemaakt terwijl zij naakt was en
- met een schaar plukken haar van [betrokkene 1] afgeknipt en
- tegen [betrokkene 1] gezegd dat ze in een bestelbus moest stappen en
- [betrokkene 1] belet de bestelbus te verlaten door aan weerszijden van [betrokkene 1] te gaan zitten en
- [betrokkene 1] meegenomen naar de woning gelegen aan de [a-straat 1], en aldus voor [betrokkene 1] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan waaraan [betrokkene 1] zich niet kon onttrekken;
en
zij op of omstreeks 21 augustus 2009 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een persoon te weten [betrokkene 1]
- meermalen in het gezicht en tegen het hoofd heeft gestompt en geslagen en
- meermalen aan de haren heeft getrokken en
- meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt terwijl [betrokkene 1] op de grond lag waardoor voornoemde [betrokkene 1] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.’’
5. Van de zestien afzonderlijk (na een liggende streepje aangeduide) bewezenverklaarde feitelijke onderdelen van de vrijheidsberoving en mishandeling zijn er acht niet of niet volledig gedekt door de Promisbewijsvoering [1] in het arrest van het Hof. De steller van het middel heeft het vermoedelijk bij het rechte eind als hij opmerkt dat het Hof in het arrest met name de weerlegging van het door en namens verdachte gevoerde verweer tot uitgangspunt lijkt te hebben genomen. Dat heeft geresulteerd in een uitvoerige bewijsvoering van negen pagina’s, maar in die bewijsvoering ontbreekt bewijs ter staving van cruciale (en dus niet ondergeschikte [2] ) onderdelen van de bewezenverklaarde feiten. De beslissing van het Hof kan reeds om deze reden niet in stand blijven en het tweede middel laat ik vooralsnog buiten bespreking.
6. Het
eerste middelis terecht voorgesteld.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Hof, teneinde deze op het bestaande beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie voor de eisen: HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0424, NJ 2007/387 m.nt. Buruma.
2.Vgl HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1514.