Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
4. Eigen bijdrage
2.Bespreking van het cassatiemiddel
bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomstschade toebrengt aan zijn werkgever of aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade gehouden is [7] .
anders dan bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, geldt hetgeen tussen partijen is overeengekomen. Stel, bijvoorbeeld, dat een werkgever in het midden- of kleinbedrijf zijn bedrijfsbusje uitleent aan een van zijn werknemers die met behulp daarvan in het weekend wil gaan verhuizen, dan gelden de gewone regels voor bruikleen (of, indien huur wordt betaald, voor de huur en verhuur van roerende zaken). De werknemer is in dat veronderstelde geval verplicht de bedrijfsbus na afloop terug te geven in de staat waarin hij hem heeft ontvangen [8] . In dit cassatiegeding is een beroep van de werknemer op overmacht niet aan de orde.
tijdens de uitvoering van zijn werkzaamhedende auto op een bouwterrein had laten staan met de sleutels nog in het contactslot; in die zaak werd beslissend geacht dat de schade niet door opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer was veroorzaakt [12] .
in het algemeenvan overeenkomstige toepassing acht op schade door diefstal van een leaseauto anders dan tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst: het hof heeft zijn beslissing uitdrukkelijk gebaseerd op de “specifieke omstandigheden van het geval”.
one shotter, die niet bij elke transactie een nuchtere risicoanalyse zal maken. Een
repeat player, zoals een autoverhuurder die dagelijks met dit bijltje hakt, zal in de regel meer oog hebben voor het risico van diefstal van de auto. Hier hebben zowel de huurder als de verhuurder een economisch belang: als het risico niet goed geregeld is, loopt de huurder het risico dat schade voor zijn rekening komt die hij niet of nauwelijks kan dragen. Anderzijds loopt ook de verhuurder die een auto aan een particuliere klant meegeeft zonder dat het risico van eventuele schade tijdens het gebruik verzekerd is, een risico: de kans dat deze klant onvoldoende solvent is om een schade in de orde van grootte van de auto te vergoeden. De ervaring in de praktijk leert dan ook dat een professioneel autoverhuurbedrijf de autosleutels niet zomaar aan een particuliere klant afgeeft. Doorgaans is de auto
all riskverzekerd met een beperkt ‘eigen risico’, waarbij de particuliere klant dikwijls nog een keuze krijgt tussen een laag huurtarief met een wat hoger eigen risico of een hoog huurtarief met een wat lager eigen risico.
caveatuitgesproken [17] . Wanneer met een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid een bepaling in de overeenkomst opzij wordt gezet, kan de rechtszekerheid voor de partijen bij de overeenkomst in het gedrang komen. In de zaak van HR 22 juni 2012 betrof het rechtszekerheidsargument de termijn die geldt wanneer de nietigheid van een ontslag wordt ingeroepen. In de onderhavige zaak kan dit zijn: het argument van
pacta sunt servanda. De vraag is, wat tussen partijen geldt omtrent het risico van schade aan de auto indien de contractuele bepaling over schadeverhaal op de werknemer buiten toepassing wordt gelaten. Als gevolg van de beslissing van het hof komt het risico van schade door eigen onachtzaamheid van de werknemer bij de werkgeefster te liggen. Indien de nadruk ligt op een onvoldoende bewustheid van het risico en onvoldoende keuzemogelijkheid voor de werknemer om zich tegen dit risico te verzekeren, rijst de vraag in welke financiële positie de werknemer zou hebben verkeerd indien APG hem wél van tevoren voor dit risico zou hebben gewaarschuwd en hij in staat zou zijn geweest zich hiervoor te verzekeren (het alternatief was: geheel af te zien van ieder privégebruik van de leaseauto). In dat geval zouden de verzekeringspremie en eventueel een beperkt ‘eigen risico’ voor rekening van de werknemer zijn gekomen. Ook is voorstelbaar dat de werkgever het risico van onachtzaamheid tijdens privégebruik (desnoods bij een andere verzekeraar) zou hebben verzekerd en dit zou hebben verdisconteerd in een door de werknemer te betalen vergoeding voor privégebruik. Al dit soort alternatieven zijn in het laatste stadium van het geding evenwel niet aangevoerd, zodat ik het bij deze signalering moet laten. De slotsom van het voorgaande is dat onderdeel 1 faalt.