ECLI:NL:PHR:2014:2446

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2014
Publicatiedatum
6 januari 2015
Zaaknummer
13/00291
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-tijdig indienen middelen van cassatie

Verdachte heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 november 2012. Er bestaat samenhang tussen meerdere zaken waaronder deze. Hoewel het beroep tijdig is ingesteld, zijn er geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de wettelijke termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging.

Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen deze termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Omdat dit niet is gebeurd, moet verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep.

De raadsman van verdachte heeft bovendien in een brief van 30 december 2013 bevestigd dat er geen middelen van cassatie zullen worden ingediend namens verdachte. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 13/00291
Zitting: 4 november 2014
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2012.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/00300, 13/00303 en 13/00291. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie ingediend. [1]
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie in dat verband ook de brief van verdachtes raadsman d.d. 30 december 2013 waarin wordt medegedeeld dat namens de verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie zal worden ingediend.